DEEL 4:
Training & Management

TERRITORIUM
Het territorium
van de kat
bestaat uit
3 gebieden waar ze specifiek gedrag wil vertonen. Zorg ervoor dat haar voorkeuren en activiteit overeenkomen met de beschikbaarheid van de bronnen.

Katten zijn enorm gehecht aan hun omgeving. Ze scannen deze constant en willen van elke vierkante centimeter het fijne weten. Wanneer een kat ongewenst gedrag vertoont, willen we het territorium van die kat zeer grondig in kaart brengen zodat we bepaalde functies kunnen optimaliseren waaraan het territorium moet voldoen. Zo geven we de kat meer voorspelbaarheid en controle over haar omgeving, wat echt wel een wereld van verschil maakt inzake stressreductie.
Onderstaand stappenplan geeft je de mogelijkheid om te bepalen waar in huis je bepaalde bronnen moet plaatsen zodat katten er meer gebruik van maken. Je kan hiervoor ook de ‘Territorium’-oefening in het Werkboek gebruiken op p. 80-93.
Concreet stappenplan – Territorium uitrekenen
Stap 1: Lees het hoofdstuk over territorium in de Handleiding op
p. 55-59.
Stap 2: Teken een plattegrond van je woning. Als je 2 verdiepingen en een tuin hebt, teken die ook uit. Dit moet niet al te gedetailleerd zijn, het is enkel voor jouw analyse.
Stap 3: Kopieer deze plattegrond 3 keer en hou het origineel bij voor later.
Stap 4: Duid op de eerste plattegrond aan waar alle bronnen van de kat staan. Denk hierbij aan: eetkom, drinkschaal, krabpaal, kattenbak, slaapmandje, schuildozen, opstapjes, muurplanken in al zijn varianten (verrijkt, gewoon, hoog, laag, groot, klein enz.).

Stap 5: Duid nu op een tweede plattegrond aan welk kattengedrag je in het hele huis ziet: slapen, naar buiten kijken, rondlopen (looproutes), sproeien, plassen, spanning met de andere kat, krabben (horizontaal of verticaal) en andere gedragingen die je mogelijk nog observeert. Volg hierbij je buikgevoel!
Stap 6: Leg nu beide plattegronden naast elkaar en kijk waar je optimalisatiemogelijkheden ziet:
Plaatsen waar de kat slaapt: daar geeft ze aan dat ze zich veilig voelt. In deze ruimte voorzie je best eten en kattenbakken.
Plaatsen waar de kat sproeit: hier moet je haar handvaten geven om aan stressontlading te doen, zoals schuildozen, verhoogjes en horizontale krabplaatsen.
Op plaatsen waar de kat sproeit, ga je ook op zoek naar de oorzaak van de spanning: open ramen, ramen tot op de grond, smalle doorgangen. Je weet intussen wat je daarmee moet doen.
Plaatsen waar ze naast de bak plast: deze verkiest ze boven de bakken die jij voor haar voorziet. Deze plaatsen bewerk je straks volgens de tips die later bij onzindelijkheid besproken worden .
Plaatsen waar ze krabt en sproeit: dit zijn vaak doorgangen waar ze geuren wil afzetten. Voorzie hier zowel horizontale als verticale krabplaatsen en optimaliseer verder volgens het principe van gedragsmodificatie (volgt nog).
Stippel haar looproute doorheen het huis uit en zet drink- en krabplaatsen langs deze routes. Als opportunist zal ze hier dan meer gebruik van maken.

Vul verder aan met je eigen inzichten uit dit boek.
Doe dit 1 tot 2 keer per jaar voor een normale situatie en doe dit om de 4 tot 6 weken als je de Kattenmatrix® aan het uitwerken bent. Het is namelijk zo dat katten 3 tot 6 weken nodig hebben om een nieuwe gewoonte aan te leren en een bepaalde bron als betrouwbaar te gebruiken. Neem de keuzes van je kat dus tijdig onder de loep om bij te sturen. Lees hierover verder bij STAP 42 van de Kattenmatrix® over de Supermarktfase.


Versterk en ondersteun
sociale relaties
Begrijp de relatie tussen je katten en ondersteun deze zo optimaal mogelijk. Welke katten zitten in dezelfde sociale groep? Deze relaties in huis hebben een invloed op het voorzien van bronnen en doorgangen in huis.

Katten die samen moeten leven, ondervinden regelmatig stress van elkaar. Katten zijn nu eenmaal van nature solitaire jagers die, hoewel ze sterke sociale banden kunnen hebben met elkaar, nog altijd alles alleen willen KUNNEN doen. Dus zelfs als ze verkiezen om dingen samen te doen, moeten ze nog altijd de mogelijkheid hebben om de activiteit toch alleen te doen, als ze dat liever willen.
Het ondersteunen van sociale relaties tussen katten is essentieel voor een gelukkig kattengezin. De volgende tips dienen zowel ter preventie als voor het management van stress tussen katten. Eigenlijk is dit een samenvatting van heel wat stappen die we tot nu toe al gezien hebben, omdat heel wat ongewenst gedrag het gevolg is van spanning tussen katten (sproeien, plassen, spanning, schrik, angst enz.).

Concreet Stappenplan – Sociale relaties ondersteunen
Stap 1: Reken de vriendschappelijke en vijandige scores van je kattenrelaties uit. Je vindt deze oefening op p. 41-45 in het I love Happy Cats Werkboek. Het is mogelijk dat je een hoge vriendschappelijke score en lage vijandige score hebt. Dan zitten je katten hoogstwaarschijnlijk in dezelfde sociale groep. Als je een lage vriendschappelijke score en een hoge vijandige score hebt, dan lees je best ook verder in het volgende hoofdstuk over ‘Agressie tussen katten’. Het kan ook zijn dat je een gemiddelde vriendschappelijke score en een gemiddelde vijandige score hebt. Dan wisselen de stemmingen in huis en is de spanning niet constant maar wel aanwezig. Deze oefening geeft je een eerste belangrijk inzicht.
Stap 2: Creëer ‘veilige havens’ in huis voor elke kat. Dit zijn ruimtes of hoogtes waar één specifieke kat mag komen maar de andere niet. Doe dit ook als je een hond in huis hebt. Een ruimte of ruimtes waar de hond niet mag komen, en ook plaatsen waar de kat niet mag komen. Totale voorspelbaarheid is hier uiterst belangrijk. Als er een kans is dat de hond toch in die ruimte komt, wordt deze ruimte 100% onvoorspelbaar en dus onveilig.

Stap 3: Verspreid alle bronnen volgens het N+1 principe en wees hier niet te gierig!
Stap 4: Verspreid bronnen zowel op de grond als in de hoogte.
Stap 5: Hou een oogje in het zeil voor starende katten en katten die bepaalde doorgangen in huis blokkeren (traphal, kattenluik, deuropening). Leid deze katten af en vraag jezelf af waarom de kat zich territoriaal opstelt. Waar voelt die mogelijk schaarste?
Stap 6: Plak zeker alle ramen af om misplaatste agressie tussen je katten te vermijden.
Stap 7: Relax, laat je katten gewoon hun gangetje gaan en probeer hen nergens bij elkaar te forceren. Zet hen dus niet ’s nachts in een aparte ruimte (‘kattenkamer’) omdat dit jullie ‘routine’ is. De katten moeten te allen tijde volledig en compleet van elkaar weg kunnen.

Stap 8: Als je ‘jaloezie’ bij één van de katten merkt, weet dat deze emotie niet bestaat (of in elk geval nog niet wetenschappelijk bewezen is) bij katten en dat je eigenlijk een gemotiveerde en zelfzekere kat ziet die geïnspireerd werd door het gedrag van een andere kat. Nu stelt deze kat zich territoriaal op omdat wat die kat wil niet beschikbaar is om er solitair gebruik van te maken. Gevolg voor de kat? Frustratie. Oplossing voor de kat? De andere kat wegjagen. Komt dat op hetzelde neer als ‘jaloers gedrag’? Waarschijnlijk wel. Maar het gevoel dat jij nu hebt om de aanvallende kat tegemoet te komen, is anders. Je wil die niet ‘straffen’, maar net helpen.

Ga deze kat dus pro-actief alles aanbieden wat die nodig heeft en mogelijk wil (aandacht, training, beloningen) op momenten waarop zij er niet zelf naar moet komen zoeken of vragen.
Stap 9: Stimuleer veilig spelen met elkaar en speel samen solitair. Dit ondersteunt aangename associaties die de katten met elkaar kunnen hebben. Zie STAP 25 van de Kattenmatrix®.
Stap 10: Creëer visuele barrières op open locaties in huis, alsook buiten in de tuin (wat meer betrekking heeft op spanning met buurtkatten) zodat katten er meer gebruik van kunnen maken om zich te verstoppen voor de andere katten.
Stap 11: Zet je katten gerust eens op een time-out. Dat kan actief gebeuren waarbij je de meest zelfzekere kat wegzet na een schermutseling, maar ook pro-actief. Doe gerust de deur eens dicht in het midden van het huis zodat de katten elkaar enkele uren lang niet kunnen tegenkomen.

Stap 12: Onderbreek elke vorm van staren en blokkeer de doorgang. Als de situatie het mogelijk maakt, hou je best zo snel mogelijk een kussen of fleecedeken tussen de katten om een visuele barrière te creëren. Katten die aan het staren zijn, zitten ‘geblokkeerd’. Als één van de 2 wegwandelt, is de kans heel groot dat de andere erachteraan gaat en de kat langs achteren aanvalt. Katten kunnen dus soms, zonder dat ze het zelf willen, blijven ‘hangen’ in gestaar. Onderbreek dit!
Stap 13: Een occasionele blaas of korte grom naar elkaar is perfect normaal. Dan zegt je kat dat het genoeg is geweest. Belangrijk is hier dat er ‘geluisterd’ wordt en dat de ontvanger de zender van de boodschap met rust laat.
Stap 14: Vallen de katten elkaar aan? Dan is het tijd om hier iets aan te doen. Zet de katten onmiddellijk apart en schakel over op een light of gewone herintroductie. Daarover breiden we verder uit in het hoofdstuk ‘Agressie tussen katten’ in het 3e deel over Gedragsproblemen.


HERKENBAARHEID
Katten hechten veel
belang aan een herkenbare omgeving inzake
wat ze zien, voelen,
horen, ruiken.
Dit betekent dat alle verandering in huis best met een overgangsperiode wordt geïntroduceerd.

Katten leren elke dag welke signalen in huis goede zaken voorspellen die leuk en aangenaam zijn voor hen, en welke signalen in huis onheil en onaangename zaken voorspellen. Buiten het feit dat katten intelligente dieren zijn en van nature al snel associaties maken, zijn ze ook nog eens een hele dag op onderzoek en observatie doorheen hun omgeving, en kennen ze elke vierkante meter in huis.
Wij kunnen deze eigenschap om te ‘leren’ gebruiken om onze kat gelukkiger en vooral minder gestresseerd te maken. Weet je nog dat stress vooral wordt vooroorzaakt door onvoorspelbaarheid en onvoldoende keuzes om om te gaan met onaangename zaken?

Wel, tijdens consultaties ga ik samen met de eigenaar op zoek naar hoe we bepaalde zaken in huis voorspelbaar kunnen maken. Voorspelbaar maken betekent eigenlijk gewoon transparante en vooral consequente actie en communicatie:
dit is mogelijk
dit is niet mogelijk
als je dit hoort, gebeurt er altijd dat
als je dat ziet, gebeurt er elke keer dat
als je dit doet, dan gebeurt er zonder twijfel dit
als je wegloopt, dan gebeurt er altijd dat
als je hier op springt, dan gebeurt er altijd dit
enz.
De volgende stappen alsook het hoofstuk over gedragsproblemen gaan allemaal daarover: het consequent aanleren van associaties waardoor de kat de omgeving, haar gedrag en het gedrag van andere wezens rond haar volledig kan inschatten, wat tot een grondige stressreductie leidt.

Het is allemaal niet zo erg, als de kat het maar allemaal betrouwbaar kan inschatten en dat kan alleen door het de kat aan te leren. Dit aanleren kan doorheen de dag, maar wordt het best ook aangeleerd in een afgebakende trainingssessie.
Nu, voordat je begint te zweten, geen stress! Trainen lijkt moeilijk maar dat is het eigenlijk helemaal niet. Het maakt je kat sterker, ze krijgt meer zelfvertrouwen, krijgt meer vertrouwen in de omgeving en in jou, en ervaart bovendien veel minder stress in haar dagelijkse routine. Je moet er geen uren per dag voor uittrekken – gewoon even voorbereiden en dan 5 minuten per dag vrijmaken. Dat moet zeker lukken!

In de volgende stappen licht ik verder toe hoe je de omgeving herkenbaarder en dus veiliger en voorspelbaarder kan maken, iets wat katten met stress die ongewenst gedrag vertonen o zo hard nodig hebben! Ook heeft de training niet meteen iets met het ongewenste gedrag te maken. Toch zal ze een dankbaar indirect effect hebben.
Concreet Stappenplan – Trainen op herkenbaarheid
Stap 1: Creëer leuke associaties met nieuwe zaken die ze leuk moet vinden zoals uitgelegd in STAP 34.
Stap 2: Leer je kat haar naam aan, lees de instructies in STAP 35.
Stap 3: Leer je kat een geluid aan om haar te waarschuwen dat er iets komt dat ze niet leuk vindt, zoals uitgelegd in STAP 36.
Stap 4: Leer je kat om binnen te komen met een recall uit STAP 37 op het gepaste moment wanneer jij dit wil en dat ze hiervoor beloond zal worden.
Stap 5: Leer de kat verschillende zaken aan d.m.v. clickertraining, wat
volledig uitgelegd wordt in STAP 38.
Stap 6: Leer kittens van jongs af aan wat de wereld is en leer hen dat
geluiden, mensen en een menselijke woonomgeving oké zijn.
In STAP 39 leg ik je alle stappen van socialisatie uit.
Stap 7: Leer je kat aan om bepaalde noodzakelijke zaken in huis
minder stresserend te vinden door een positieve associatie te creëren. In STAP 40 leer ik je het plezant maken van transport, vachtverzorging, babies, bezoek, deurbellen, medicatie enz.


HET IS LEUK
Gebruik training, conditionering en
het creëren van
positieve assocaties in
plaats van gewenning om de kat aan nieuwe zaken te introduceren in huis.

Hier leer ik je hoe je nieuwe zaken kan introduceren aan je kat door het creëren van een positieve associatie. Zorg ervoor dat je kat onder haar drempel van opwinding zit, anders leert ze niets.

Katten maken een associatie tussen 2 zaken die steeds tegelijk plaatsvinden, bv. een halsbandje en natvoer, kammen en een snoepje, opstaan en natvoer enz.
Dit is anders dan gewenning, waarbij je de kat blootstelt aan bv. kammen of de transportmand, zonder dit te combineren met iets dat ze heel leuk of lekker vindt. Gewenning is dus gewoon blootstellen, waarbij het dier onder zijn drempel van opwinding zit (anders is het een negatieve associatie) en je hoopt dat ze dit ‘oké’ vindt. Daarom nemen we bij volwassen katten (katten ouder van 1,5 jaar) niet het risico ze te laten ‘wennen’ aan nieuwe zaken, maar trainen we ze ineens op een aangename associatie.

Vanaf nu hebben we het nagenoeg uitsluitend over trainen, dus let goed op!
Wat gebeurt er tijdens het maken van zo’n associatie? Er is altijd één van de 2 items die op zich (nog) niets betekenen voor de kat, zoals het halsbandje of de transportmand. En anderzijds heb je iets dat de kat intrinsiek leuk vindt, zoals eten of spel (of geaaid worden maar enkel als ze hierop gesocialiseerd is!).
Wanneer je deze beide items keer op keer op hetzelfde moment aanbiedt aan de kat, dan voelt en vertoont de kat na een tijdje dezelfde fysieke en emotionele reactie bij het observeren van het niets-betekenende item als bij de intrinsieke motivatie. Hierdoor krijgt dat item waarde en dat is het doel van onze training.
Simpelweg: je associeert iets wat de kat leuk moet vinden met iets leuks, en dan vindt ze dat later ook op zichzelf leuk. Dit is de basis.

Concreet Stappenplan – Trainen om iets leuk te vinden
Stap 1: Je traint op een moment waarop de kat helemaal op haar gemak is, op een plaats waar ze alleen met jou is en waar ze zich goed voelt. Je kan de kat op de grond laten en je zelf tot die hoogte laten zakken, of je zet haar op een veilige hoogte en je traint haar daar. De beste hoogte volgens mij is alles boven borsthoogte.
Stap 2: Je zoekt iets wat de kat van zichzelf leuk vindt. Meestal is dat natvoer en snoepjes (afhankelijk van welke stap en wat je aan het associëren bent), brokjes met veel vers vlees (zoals bv. de kattenbrokjes van Edgard & Cooper), kippenwit, zure room en gezonde drankjes (zoals bv. Viyo) enz. Het moet wel écht iets zijn waar ze gek op is. Dit kan je ook doorheen de training veranderen, afwisseling is mogelijk nodig.

Stap 3: Voor katten die niet op eten reageren, wordt het iets uitdagender. Hier moet je onderzoeken wat een korte en toffe manier is om te belonen. Alternatieven zijn:
een lepeltje met kattenmelk of vloeibare snoepjes waar ze per beloningsmoment 2 tot 3 likjes van mogen nemen
een aaitje/krabbetje onder de kin (max. 10 seconden)
een knuffel op de plaats die uit de Kat Scan (STAP 15 van de Kattenmatrix®) als favoriete aanraking kwam.
een muisje in de hand en daar 10-15 seconden mee spelen en dan weer wegsteken
een takje of veertje bovenhalen en over de tafel of vloer trekken waar de kat naar kan meppen
vul zelf aan, jij kent je kat het beste
Stap 4: Leg wat je wil associëren met iets lekkers in de buurt van je kat, bv. een halsbandje, een kam, de nieuwe transportmand. Ze zal er waarschijnlijk even aan willen ruiken, laat haar gewoon doen. Zodra ze geroken heeft en dit ook verwerkt heeft (na likje met de tong, geeuwen, snorharen weer naar voren), plaats je een bordje natvoer op een 20-tal centimeter van het item vandaan. Herhaal dit enkele dagen lang in een paar sessies.

Stap 5: Hou het item (halsbandje, kam, borstel, nagelschaartje) voor haar snoet, laat haar eraan ruiken en geef haar meteen daaropvolgend een beloning. Zorg ervoor dat je de beloning zo geeft dat ze het gemakkelijk en snel opeten. Ik gebruik hiervoor graag de brokjes van Edgard & Cooper want deze ruiken lekker sterk voor de kat. Niet alle katten eten graag uit je hand, dus leg het desnoods voor de kat. Het kan zijn dat je haar er eerst aan moet laten ruiken want zoals je nog wel weet zien katten niet scherp op zo’n dichte afstand. Werk je met een transportmand of een plaats in huis, leg dan snoepjes in de mand of op die plaats wanneer ze in de buurt is.
Stap 6: Bouw dit verder op, begin nu ook verder en langer contact met het item te maken en beloon haar meteen erna met één enkel snoepje. Herhaal dit een tiental keer.
Een paar voorbeelden zijn:
Halsbandje tegen haar nek houden
Kam of borstel in de buurt van haar vacht houden in combinatie met de achterkant ervan tegen haar vacht houden; eerst 1 seconde en dan verder opbouwen
Pootje vasthouden, duwen op pootkussentje om nageltje tevoorschijn te laten komen
Nagelschaartje tegen poot houden
Zorg ervoor dat je niet in één rechte lijn opbouwt, maar een stapje vooruit (wat dichter, wat langer) en een stapje terug (verder van de kat, minder lang), dan weer 2 stapjes vooruit en weer een stapje achteruit enz.
Stap 7: Blijf verder opbouwen maar splits de stapjes steeds op zodat je per klein stapje kan belonen tot je het gehele proces kan uitvoeren. Doe dit dan ook niet meer dan 2 of 3 keer. Ik bedoel bv. een paar korte kammetjes, het knippen van één of 2 nageltjes. En verspreid dit zoveel mogelijk. Doe er alles aan om te vermijden dat ze boven haar drempel van opwinding komt.


KEN
JE NAAM
Leer de kat haar
naam aan door dit woord positief te associëren met iets lekkers. Leer haar bijgevolg dat haar naam een commando is om aandacht te geven of te komen. Verander de naam van de kat indien nodig.

Dit is een leuke! Elke kat verdient het om haar naam te leren. Vele katten kennen hun naam al omdat ze door dagelijkse observatie leerden dat één bepaald woord meer voorkomt wanneer ze aandacht of snoepjes krijgen en dit dus meer waarde heeft dan andere woorden. In sommige gevallen leren ze zelfs dat het een straf voorspelt of dat de naam zowel door leuke als onaangename reacties kan worden gevolgd.

Een kat is intelligent, dus dat is logisch. We willen het haar echter écht goed aanleren. We willen dat ze haar naam écht kent en leert ‘discrimineren’ tussen woorden. Discrimineren is een moeilijk woord voor het onderscheid kunnen maken tussen een signaal (=woord) dat waarde heeft (en dus iets interessants betekent) en al de rest, dat niets betekent.
Concreet Stappenplan – De naam van de kat aanleren
Stap 1: Selecteer een lekkere beloning (liefst in brokvorm zodat ze het snel kan opeten), neem er een tiental in je hand, zoek een rustige plek en benader je kat wanneer ze happy en relax is.
Stap 2: Zorg ervoor dat ze dicht bij je en voor je zit. Als ze iets anders op het oog heeft, dan haalt de training niet veel uit.
Stap 3: Zeg haar naam en zodra je de laatste letter hebt afgewerkt, beweeg je je hand richting haar neus, laat je haar het snoepje zien en leg je het onmiddellijk voor haar neer. Herhaal dit gedurende een week elke dag, dit mag 2 keer per dag zijn. Deze training duurt hooguit 2 minuten. Tijdens de training ben je muisstil en zeg je GEEN andere woorden. Ook geen ‘goed zo’, of ‘flinke meid’ of zo, wees muisstil! Dit proces heet klassieke conditionering, een associatie tussen in dit geval een woord en een beloning zonder dat de kat een specifieke actie moet vertonen.
Stap 4: Wanneer je een week lang deze associatie gemaakt hebt, blijf je verder doen, maar laat je af en toe eens een leeg hand zien. Pas een verhouding toe van 5 x (naam + beloning) tegenover éénmaal een leeg hand aanbieden. Ze leert nu dat je hand niet de voorspeller is van de beloning, dat het alleen een beloning bevat als ze eerst dat woord (haar naam) heeft gehoord. Dit heet discrimineren. Doe dit 3 tot 4 dagen lang.
Stap 5: Je gaat voor je kat zitten, ze weet ondertussen wat er gaat gebeuren. Maar nu komt er niet zomaar een woord met een snoepje. Het komt niet meer gratis. Jij selecteert nu eerst een bepaald gedrag vooraleer je haar naam zegt en er een snoepje volgt. Het gedrag dat je wil selecteren, is naar jou kijken. Je gaat dit gedrag ‘vangen’. Dat wil zeggen dat je gewoon wacht tot ze naar jou kijkt. Zodra ze haar ogen op jou richt, zeg je haar naam en geef je haar het snoepje (of lepeltje of aai). Je wacht tot ze haar snoepje op heeft en ze naar jou kijkt. Het kan zijn dat ze wat begint te zoeken en wat begint rond te lopen. Belangrijk is hier dat je blijft volhouden geen andere woorden te gebruiken. Dit is een volledig vrijwillige training. Dit herhaal je een week lang. En volg je buikgevoel!

Stap 6: Nu kom je in een interessante zone. De fijne lijn tussen haar naam wel of niet met naar jou kijken associëren. Daarom gaan we dit testen. Ze eet haar snoepje van de vorige keer op en nu zeg je haar naam alvorens ze zelf van plan was om te kijken. Kijkt ze op, dan is er grote kans dat ze haar naam begint te kennen. Zeg nu 4 van de 5 keer haar naam wanneer ze zelf het iniatief neemt en 1 keer op de 5 neem jij het initiatief. Bouw dit verder op naar 3/5e – 2/5e, naar 2/5e-3/5e, tot jij degene bent die telkens haar naam zegt, waarop ze kijkt en wordt beloond.
Stap 7: Breid dit nu verder uit door de ruimte tussen jullie te vergroten, andere tijdstippen te nemen, ook momenten buiten de training om. Eerst is de kat dicht bij jou, maar dan kan je gaan experimenteren met grotere afstanden. Je zegt haar naam, ze kijkt naar je (en loopt bijgevolg ook naar je toe). Je wacht tot ze bij je is en dan krijgt ze een snoepje. Belangrijk is dus dat je de beloning pas geeft, wanneer het gedrag voltooid is.

Stap 8: Nu kan je de beloning stilaan gedeeltelijk vervangen door andere leuke zaken zoals een knuffel, een aai, een woordje en dat afgewisseld met snoepjes. Na 6 weken training kan je haar naam grotendeels zonder beloning gebruiken . De naam op zich geeft haar al een leuk gevoel. Blijf minimaal 1/3e belonen. Dit ‘variabele’ schema zal goed genoeg werken.
Stap 9: Wil je met meerdere katten werken? Voer dan de training tot en met stapje 6 met elke kat individueel uit. Daarna kan je de katten samen trainen. Dit versterkt de kennis van hun naam nog verder. Ze leren dat het ene woord nog steeds héél waardevol is en dat het andere woord helemaal nooit iets opbrengt. Zorg er dus voor dat elke beloning bij de juiste kat terechtkomt! Zet ze best ook allemaal op hun eigen plaats.


pas op
Leer de kat een
‘Pas op-signaal dat
haar waarschuwt om alvast actie te ondernemen om zichzelf in veiligheid te brengen alvorens de echte stressfactor te ervaren.

In deze training geven we onze kat de kans om actie te ondernemen voordat ze ook echt blootgesteld wordt aan iets dat ze als bedreiging ervaart. Dit doen we bij bedreigingen die wij niet kunnen weghalen, vermijden of op kunnen trainen zodat ze het wel oké zou vinden. Mocht dat wel mogelijk zijn, dan doen we dat uiteraard eerst. We willen immers dat ze zichzelf sneller in veiligheid brengt, en niet moet wegvluchten zodra de bedreiging voor haar neus staat. We maken de bedreiging voorspelbaar.
Aangezien we er door het creëren van een associatie voor zorgen dat de kat dit voorspellend signaal allicht als onaangenaam beleeft, geven we haar de kans om zich uit de voeten te maken of een andere actie te ondernemen (= keuze geven) bij het observeren van het voorspellend signaal, wat helemaal niet zo stresserend is als datgene dat het voorspelt. Bijgevolg heb je een piek op haar ‘berg van stress’ vermeden of die toch beperkt.

Ik geef als voorbeeld het bovenhalen van de stofzuiger uit de berging. Nu kijkt je kat misschien wel 5 keer per dag bezorgd op wanneer je de berging opendoet, omdat je mogelijk de stofzuiger bovenhaalt. Dit willen we volledig voorspelbaar maken zodat ze zich enkel omdraait wanneer het echt de stofzuiger is en niet jij die een blik melk gaat halen. Dus wat doe je?
Concreet Stappenplan – Stofzuiger voorspelbaar maken
Stap 1: Observeer je kat en noteer alles in huis waar ze zich oncomfortabel bij voelt. Dit kan zijn: de stofzuiger, bezoek, de poetsvrouw, een andere kat die dichterbij komt enz. We hebben het dus niet over de transportmand, aaien of kammen en dergelijke. Dat zijn zaken waar we op kunnen trainen.

Stap 2: Kies een geluid dat je nog op geen enkele andere plaats hebt gemaakt en zorg er ook voor dat het op zichzelf niet stresserend is voor de kat. Ik gebruik bij mijn katten een hoge ’T T T T T’ die voldoende hoog klinkt om zich te onderscheiden van andere woorden en geluiden, maar niet zo hoog dat ze er stress van krijgen. Je kan ook op een hogere toon en afwijkende intonatie ‘Pas op, pas op, pas op’ zeggen.
Stap 3: Je zorgt ervoor dat alle deuren open en alle ruimtes toegangelijk zijn zodat de kat de bedreiging gemakkelijk kan ontvluchten. Ze heeft voldoende opties.

Stap 4: De training begint nu. Je wil je stofzuiger bovenhalen, dus wat doe je? Je geeft je waarschuwingssignaal, wacht een paar seconden, je doet de berging open en neemt de stofzuiger.
Je blijft het signaal geven tot je daadwerkelijk begint te stofzuigen. Je mag tijdens het stofzuigen nog blijven verder doen, als de kat in staat is om je te observeren. De eerste keren reageert je kat nog niet op het signaal, omdat ze de link nog niet heeft gelegd. Het is ook uitermate belangrijk dat je elke keer de bedreiging met het waarschuwingssignaal voorspelt, anders heeft het geen zin.

Stap 5: Na een paar keer begint je kat een reactie te vertonen zodra je het signaal maakt. Ze weet nu dat er iets te gebeuren staat. Je blijft het signaal geven tot je kat aanstalten maakt om weg te wandelen en dus actie onderneemt. Doet ze niets? Dan moet je nog even verderdoen met de vorige stap. Of nog beter, soms is het voorspelbaar maken van een signaal genoeg om de stress errond weg te halen. De kat weet wat er komt, maar blijft toch lekker liggen, ze weet nu gewoon wat er komt.
Stap 6: Trek dit signaal door naar andere bedreigingen in huis. Je hebt maar één signaaltje nodig, tenzij jij aanvoelt dat je met verschillende signalen wil werken.

Je uiteindelijke doel is dat je voor meerdere bedreigingen in huis gebruik kunt maken van één waarschuwingssignaal dat je gecontroleerd aan je kat hebt aangeleerd, en dat je kat de kans geeft om al actie te ondernemen alvorens het gevaar er ook echt is. Je geeft je kat dus een beetje stress, maar louter om nog meer stress te vermijden.
Voorspelbaarheid is de essentie van stressreductie, ook als het over onaangename zaken gaat.

TIP – Combineer deze techniek samen met de hersocialisatietraining die je in het laatste hoofdstuk van de Handleiding vindt, over het hersocialiseren van bange katjes. Neem dit hoofdstuk nog eens zeer goed door en voer dit uit met je kat die ongewenst gedrag vertoont.
Je leert haar dat het ‘klak’-geluid betekent dat ze zich oké mag voelen.
Let op haar subtiele stress-signalen en geef haar zoveel als nodig de bevestiging dat alles oké is. Deze training is zo ontzettend belangrijk voor katjes die het wat moeilijker hebben!


RECALL
Leer de kat om te komen wanneer er gefloten wordt. Deze techniek wordt gebruikt om haar te roepen zowel in huis of als ze buiten is. Deze basistraining geeft meer vertrouwen binnen de relatie.

Een recall is een term uit de dierentuinsector. Daar moet elk dier idealiter op recall staan. Dat is een grondig aangeleerd commando als gevolg van een intensieve training die zo krachtig en diep gaat dat het dier alles laat vallen waar het mee bezig is en zich in de richting van de trainer of binnenhokken begeeft.
Bij ons moet ook elke kat op recall staan volgens mij, zeker als er ongewenst gedrag wordt vertoond. Het is de ultieme vorm van voorspelbaarheid in huis, alsook een geweldige communicatievorm en een belangrijke onderbreking die je kan geven in een stress-situatie.

In dierentuinen dient het om gevaarlijke situaties te onderbreken en de dieren binnen te halen wanneer er bv. iemand in het verblijf valt, er een boom in het verblijf valt, er een storm op komst is, een dier gewond geraakt, er een gevecht plaatsvindt enz.
Het gaat hier dus niet over rammelen met het snoepjespotje, ook al is het principe hetzelfde. Dit is een training die veel grondiger en dieper plaatsvindt, en daarom ook beter en nagenoeg altijd werkt.
Leer je katten deze training aan zodat je ze kan afleiden van gevaarlijke situaties en ze ook kan binnenhalen wanneer jij het wil.

Concreet stappenplan – Recall aanleren aan je kat
Je leert je katten een recall aan in groep en een training gaat door tijdens het dagelijkse natvoermoment. Krijgen je katten geen natvoer, dan geef je hen nu wel natvoer tijdens de training.
Stap 1: Kies dagelijks voor natvoer waar ze verzot op zijn. Vinden ze het maar zo-en-zo, dan maakt je training niet veel verschil want je katten zijn niet zo gemotiveerd. Het is mogelijk dat je voor verschillende katten een ander natvoer moet selecteren.

Stap 2: Je kiest een gefluit dat jij gemakkelijk kan hanteren: met je mond of met een (voetbal)fluitje. Ik gebruik thuis 2 korte fluitgeluidjes achter elkaar waarbij het tweede net iets langer klinkt dan het eerste.
Stap 3: Je observeert het proces van natvoer geven aan je katten. Dat ziet er bv. zo uit: je gaat naar de keuken, je opent de kastdeur, je neemt het blik, je opent het blik, je maakt het blik leeg op een bordje, je neem het bordje vast, loopt ermee door de woonkamer, zet het bord neer en je katten eten ervan. Je begint in de volgende stap je training in omgekeerde volgorde door hier te starten. Volg bij alles je buikgevoel.

Stap 4: Je doorloopt je gehele proces en zodra de katten beginnen eten, geef je je fluitsignaal en je herhaalt het een paar keer met een tussenpauze. Je katten maken nu een (onbewust) klassieke associatie tussen het geluid en het opeten van het natvoer. Dit doe je een dag of vijf.
Stap 5: Je doorloopt het proces en nu fluit je wanneer je rondloopt met de bordjes alvorens ze neer te zetten. Je fluit door terwijl de katten aan het eten zijn. Dit doe je minstens 3 dagen lang.
Stap 6: Je doorloopt het proces en je fluit een stap vroeger, wanneer je het eten op de bordjes doet. Je blijft doorfluiten tot de katten bijna gedaan hebben met eten. Dit doe je minstens 3 dagen lang.
Stap 7: Je doorloopt het proces en fluit wanneer je het blik en de bordjes uit de kast haalt. Idem als de stap hierboven. Dit doe je gedurende 3 dagen.
Stap 8: Je fluit zodra je de keukenkast opendoet en blijft fluiten tot de katten bijna gedaan hebben met eten. Dit doe je opnieuw gedurende 3 dagen.
Stap 9: We zijn er bijna. Nu fluit je eerst, nog voordat je iets hebt genomen of opengemaakt. Zorg er wel voor dat ze al in je buurt zijn. Je wacht op de reactie van de katten en dan pas start je het proces op! De reactie kan zijn: naar je kijken, op je aflopen, miauwen, kopjes geven enz. Let op: dit moment kan enorm opgewonden en stresserend zijn voor je katten. Zet ze dus op verschillende hoogtes waar ze kunnen wachten. Je kan hen hier ook hun natvoer geven. Lekker ver uit elkaar. Dit doe je een dag of 5.

Stap 10: De basistraining is nu voorbij. Je katten hebben nu geleerd dat het geluidssignaal een betrouwbare voorspeller van lekker natvoer is. Nu kies je een paar willekeurige momenten gedurende de dag waarop de kat in de buurt is. Je fluit, je wacht op een duidelijke reactie (kijken, naar je toe komen, anticiperen dat er iets komt) en zodra je die reactie ziet, loop je naar de keuken en geef je hen een beloning of een klein beetje natvoer. Breid dit uit door te fluiten wanneer je kat een beetje verder zit, in een andere kamer zit, op een ander verdieping zit, maar nog steeds in huis is. Je wacht eerst tot je reactie ziet en dan ga je over tot het halen van de beloning. Dit doe je een 5-tal dagen.

Stap 11: Nu breid je dit uit naar buiten. Je laat de katten buiten, je laat ze hun ding doen. Met andere woorden, je laat ze niet buiten om ze dan na 2 minuten opnieuw binnen te fluiten. Dat lukt niet. Wanneer je na een tijdje ziet dat ze niet al te ver van de achterdeur zijn, fluit je en dan moeten ze normaal gezien mooi binnen lopen. Wanneer ze binnen zijn, neem je lekker voer of snoepjes om hen te belonen. Wanneer ze aan het eten zijn, doe je de deur toe. Herhaal dit nog een paar dagen
Zie je wat het verschil is? Je katten zijn getraind op het gefluit, ze reageren niet op het gerammel van een doosje (= zicht op de beloning). Jij neemt pas de beloning in handen wanneer de katten het gedrag vertoond hebben dat jij wil zien: naar jou komen. We lokken ze niet binnen, we hebben ze grondig getraind. Daar zit het verschil.
Zodra je deze training hebt uitgevoerd, kan je het geluid gebruiken om je katten binnen te halen. Geef ze het grootste deel van de tijd een beloning, ook al mag dat in de uitvoerfase ook eens spel of een knuffel zijn. Af en toe gebeurt het eens dat jij plots weg moet en de katten nog buiten zitten. Daarvoor heb jij ze getraind. Jij fluit, ze komen binnen en jij vertrekt. Is het erg dat ze geen beloning krijgen? Als dat slechts af en toe is, dan is dat niet erg. Als je dat telkens zo doet, dan verdwijnt de gemaakte associatie, ze zal het uitdoven en de kat leert iets nieuws, namelijk dat het gefluit niet langer automatisch tot een beloning leidt.

Blijf de training elke ochtend uitvoeren wanneer je katten hun natvoer krijgen. Zo verstevig je elke dag de associatie.


Clicker-
training
Geef de kat
(tijdens trainingen)
een matje dat enkel van haar is. Als ze op dit matje zit, krijgt ze aandacht en beloningen. Gebruik dit matje dan vervolgens om nieuwe ‘veilige’ plaatsen te introduceren.

Eigenaars denken vaak dat clickertraining alleen iets is voor honden, dolfijnen of circusdieren. Niets is minder waar. Heb je er al eens over nagedacht hoe slim jouw kat is? Katten zijn elke dag heel actief in hun omgeving en leren dus voortdurend.
Omdat je kat slim is en snel verbanden legt, kunnen wij met haar werken. We moeten het haar uiteraard wel eerst aanleren. Veel eigenaars denken dat hun kat (of hond) op een wonderbaarlijke manier ‘weet’ wat ze wel of niet mag doen, terwijl het beestje het nooit geleerd heeft. We moeten even de tijd en het geduld nemen om onze katten wegwijs te maken in wat wij van hen verwachten.
Door de techniek te begrijpen, kan je het zelfs gemakkelijk in je dagelijkse routine implementeren zonder elke dag een trainingsessie te doen. Het wordt gewoon een onderdeel van je dag.

Ik heb zelf jarenlang geweldig gepassioneerde teams in dierentuinen begeleid in het trainen van hun dieren. Een fantastische ervaring! Van kuifmakaken, gieren en keizertamarins tot nijlpaarden, jaguars en tapirs. Voldoende ervaring dus om erover mee te kunnen spreken. Maar wat ik vooral belangrijk vind, is dat elk dier in gevangenschap (en dus ook onze huisdieren) gestimuleerd wordt om te leren en zeker wanneer er ongewenst gedrag vertoond wordt.
Dat ‘leren’ noemen we ‘training’, het opzettelijk aanleren van bepaalde zaken aan onze dieren. Je kan ze grappige trucjes leren, maar dat is hier niet de bedoeling. We willen onze katten vooral leren om zich goed te voelen in de kunstmatige omgeving die wij hen aanbieden en om vrijwillig mee te doen met de dagelijkse routine en zich daar happy bij te voelen, doordat het herkenbaar en veilig wordt.

Ik wil jou nu introduceren in clickertraining zodat je:
stress bij je kat kan verminderen door voorspelbaarheid van de omgeving
kan communiceren met je kat
haar kan vertellen wat je van haar wil en dit op een manier dat zij begrijpt
haar kan vertellen wat je niet van haar wil en dit op een manier dat zij begrijpt
een meer voorspelbare omgeving aan je kat kan bieden
je kat mentaal en fysisch kan uitdagen (met een beter welzijn als gevolg)
noodzakelijke handelingen zoals transport, kammen en aaien leuk kan maken
je kat gerust kan stellen op een manier die zij begrijpt
gedragsproblemen kan kanaliseren en verbeteren
een diepere band kan opbouwen met je kat
en ja, ook leuke trucjes kan aanleren als vorm van mentale verrijking
Dit kan in zowel een situatie waarin je een happy kat hebt die je graag nog happier maakt door haar ‘een job’ te geven, alsook in een situatie waarin je kat ongewenst gedrag vertoont en je wil dit ‘afleren’.

We vertrekken telkens vanuit één van de 2 mogelijke situaties:
 We willen een nieuw gedrag creëren, vastleggen, uitlokken bij de kat.
 We willen een bestaand gedrag veranderen bij de kat.

In dit hoofdstuk hebben we het alleen over het eerste punt: het aanleren van een nieuw gedrag, dit uitlokken, creëren, mogelijk maken. De kat is zich van geen kwaad bewust, loopt happy rond en nu gaan we haar iets nieuws leren door middel van een hulpmiddel, de clicker.
Met deze techniek die ‘clickertraining’ heet, gaan we later in het hoofdstuk Gedragsproblemen ook aan de slag maar dan vanuit een ander uitgangspunt.

Regels van clickertraining
Voor we aan onze voorbereiding beginnen om te trainen, overloop ik nog een paar belangrijke zaken en regels tijdens het trainen, waar we moeten bij stilstaan alvorens te starten.
Jij bent aansprakelijk
Eerst en vooral, als je kat op een of andere manier niet doet wat jij verwacht, is er maar één iemand aansprakelijk en dat ben jij. Je kat is een dier en als ze niet begrijpt wat jij bedoelt, dan moet jij een andere manier vinden om het haar duidelijk te maken. Binnen een training bestaat er niet één bepaalde manier om iets te doen. Er zijn verschillende technieken zodat je kan experimenteren, maar JIJ bent verantwoordelijk voor de uitkomst. En met ‘andere manieren’ bedoel ik niet luider spreken!
Voorbereiding is helft van het werk
Ten tweede, je begint nooit aan een training zonder voorbereiding. Je zorgt voor de juiste beloning, de juiste setting, de juiste tools en zorgt er ook voor dat je het juiste moment voor de kat uitkiest en haar ritme probeert te volgen. Daarnaast schrijf je voor jezelf eerst een kort stappenplan uit, zodat je goed voorbereid begint. Een stappenplan bestaat uit alle stapjes die jij denkt te gaan zetten om je kat een bepaald gedrag aan te leren. Zo zorg je ervoor dat je tijdens het trainen niet afgeleid raakt of per ongeluk op iets anders begint te trainen ‘omdat het zo schattig is’, of ‘omdat het toch wel leuker is’ dan het originele gedrag dat je wilde aanleren. Dit is verwarrend voor je kat.

Krijg ik het gratis? Please?
Katten die getraind worden, zijn erg innovatief en zullen er alles aan doen om hun beloning gratis te krijgen. Ze vertonen subtiele stress-signalen omdat ze aan het nadenken zijn en proberen om er met minder dan het gevraagde vanaf te geraken. Nu moet je af en toe extra streng zijn. Als je stappen in je training aan maken bent, geef dan niet toe aan een gedrag dat overeenkomt met dat van 2 stappen geleden! Dan denkt je kat ‘Aha, dit is dus ook genoeg, meer hoef ik niet te doen’. Je kan in een training wel eens afwisselen van moeilijkheidsgraad, maar blijf wel consistent opbouwen.
Subtiele stress is normaal
Wanneer je begint te trainen, voelt je kat een lichte vorm van frustratie. Jij hebt namelijk een beloning die zij wil, ze moet daar iets voor doen maar ze heeft nog niet helemaal door wat exact er verwacht wordt. Ze moet dus ‘nadenken’. Dit herken je door geeuwen, uittrekken, schudden van de vacht, kleine trekjes in de vacht op de rug, heel snel likken aan de poot of aan de basis van de staart, kleine tonglikjes aan de lippen enz. Laat haar gewoon doen en als het langer dan 30 seconden duurt, vraag haar dan even iets anders dat gemakkelijker is, zodat je haar niet ‘verliest’ omdat het te moeilijk wordt.

Apart trainen
Probeer zoveel mogelijk met je katten apart te trainen. Als er andere katten in de buurt zijn, is dit erg afleidend, zowel voor jou als voor je kat. Als de katten erg gestresseerd zijn omdat ze niet bij elkaar kunnen, kan je ze ook samen trainen door ze gelijktijdig zaken te laten doen zoals op een bepaalde plaats zitten of iets ondergaan zoals een pootje aanraken. Probeer echter zo weinig mogelijk deuren te sluiten om te kunnen trainen want je weet hoe lastig katten daarvan kunnen worden. We willen hen ook nooit opsluiten, ze mogen altijd wegwandelen wanneer ze dat willen. Een training is ALTIJD vrijwillig en plezant.
Geduld hebben
Trainen met een kat betekent dat je heel veel geduld moet hebben. Het is voor 2 mensen die dezelfde taal spreken soms al zo moeilijk om te communiceren, laat staan voor 2 mensen die allebei een andere taal spreken. Kan je je voorstellen hoe vermoeiend het moet zijn voor je kat om te begrijpen wat jij wil? Dit is een uitdaging en een leerproces, en dat vraagt heel veel geduld. Train dus alleen op momenten waarop jij je ook goed in je vel voelt, want je wil je frustratie niet op je kat uitwerken.
Focus
Leg je mobiele telefoon in een andere kamer en op vliegtuigstand, schakel de tv uit, sluit Facebook af, hang een sok op de deurknop en focus je volledig op je training. Het is belangrijk, zowel voor jou als voor het leerproces bij je kat. Hoe meer stimuli er in de omgeving aanwezig zijn, hoe moeilijker voor haar om associaties te leggen.

Je kat = gezond
Als je begint te trainen met je kat, moet je er zonder fout voor zorgen dat ze niet ziek is, want pijn zorgt ervoor dat je kat niet (goed) kan leren. Ze is dan bezig met haar pijn en staat er niet voor open om te leren. Wanneer je met een trainingstraject bezig bent, is de training op zichzelf ook een goede test om te zien of ze zich niet goed voelt. Een zieke kat heeft geen zin om te komen trainen, dus dat kan bij jou een alarmbel laten afgaan. Scheelt er iets met haar? Moet je naar de dierenarts?
Je kat = goed gevoed
De kat moet goed gevoed zijn, maar luister even naar wat ik daar exact mee bedoel. We halen nooit haar dagelijks eten weg om haar ervoor te laten werken. Nooit. We zorgen er dus voor dat ze haar dagelijkse voeding altijd gezond en natuurlijk ter beschikking heeft en om te trainen gebruiken we lekkere extraatjes, iets wat ze niet nodig heeft om te overleven. Wij willen dat ze vrijwillig komt trainen omdat zij dat wil, niet omdat ze moet. Wat we wel kunnen doen, wat haar meer zin geeft om te trainen, is niet vlak voor een training haar een lekker bord natvoer geven. Het helpt uiteraard niet als ze helemaal voldaan is .

Je kat = voelt zich veilig
Daarnaast is het belangrijk dat je kat een fijn gevoel heeft bij jou als trainer. Dit wil zeggen dat je goed begrijpt dat training = 24/7. Je kat moet je helemaal vertrouwen, dus vermijd onaangename handelingen op andere momenten zoals het oppakken zoals een baby, pijnlijk kammen, lastige pilletjes geven, klitjes in haar vacht uittrekken, oogjes proper maken. Laat dit eventueel doen door iemand in huis die wel weet hoe je dat zo stressloos mogelijk kan doen, zodat de kat bij jou geen onnodig onvoorspelbaar gevoel krijgt. Ben je alleen en moet jij dus deze zaken doen? Probeer dan zo stressloos mogelijk te werk gaan.
Wij zijn er klaar voor, jij ook? Hopelijk heb je intussen veel zin om met je katje aan de slag te gaan! Eerst bekijken we nog een beetje theorie. Hier gaan we!
Voorbereiding van een trainingstraject met je kat
Eerst gaan we even voorbereiden. Wat hebben we nodig vooraleer we kunnen starten?

Een veilige plaats in huis waar de kat zich goed voelt
Zoek een plek in huis waar de kat zich goed voelt. Dit kan op de grond maar liefst eigenlijk in de hoogte, op een tafel of op een kast. Zo forceer je haar om zich nog meer op haar gemak te voelen, maar volg hier de individuele voorkeur van je kat.
Een eigen plekje
Haal een nieuw placematje in huis dat je gebruikt om de kat op te laten zitten tijdens je training. Wat voor mij goed werkt zijn placemats die niet van plastic zijn, dus liefst iets met een beetje reliëf dat niet koud aanvoelt. Zorg ervoor dat je er een hebt voor elke kat afzonderlijk en laat ze afwisselen in vorm en kleur. Elke kat heeft dus een eigen matje dat er anders uitziet dan dat van de andere kat.

Een beloning
Onze beloning is een superbelangrijk onderdeel van een training. Het moet iets zijn dat de kat van nature leuk en/of lekker vindt. Voedsel is hier het gemakkelijkste. Je moet ervoor zorgen dat dit iets extra lekker is, en dat is voor elke kat anders. De meeste katten doen het geweldig met de doorsnee snoepjes, bij anderen moeten je wat langer experimenteren, maar je vindt altijd wel iets.
Mijn persoonlijke favorieten zijn vloeibare snacks en Viyo (hier heb je lepeltje voor nodig), kippenwit en zure room. Bespreek uiteraard altijd even met de dierenarts wat oké is voor je kat want als je straks dagelijks gaat trainen, wil je niet dat ze dikker wordt.

Een ander soort voer kan ook goed werken. Haal een paar staaltjes bij de dierenwinkel of de dierenarts met een andere smaak van kwaliteitsvoer en gebruik dat om te trainen. Je kat vindt het gewoon leuk om eens iets anders te proeven. Je kan ook snoepjes en gewoon voer mengen. Het is belangrijk dat ze deze beloning geweldig vindt, anders is ze niet geïnteresseerd in wat je haar probeert te leren.

Een ‘bridge’
Dit is jouw hulpmiddel dat tijdens de training aan je kat één boodschap doorgeeft wanneer ze dit hoort. Het is kort, krachtig en een niet voor interpretatie vatbaar signaal zonder verschil in intonatie tussen verschillende trainers (jij, je man of vrouw, kinderen, kattenoppas) en betekent: “Dat, dat daar, datgene dat je nu net deed of aan het doen was, toen je dit geluidje hoorde afgaan, dat is wat ik wil dat je doet, dat is wat ik je opnieuw wil zien doen, dat is wat jij moet doen om je beloning te krijgen.”
Bij clickertraining is de ‘bridge’ logischerwijs de clicker. De clicker is dus geen commando.

We gebruiken de clicker louter om te communiceren met onze kat, om haar duidelijk te maken wat we precies van haar willen. We gebruiken het clickgeluid nooit om haar naar ons te lokken of te roepen. We gebruiken de clicker enkel binnen een aanleerfase om nieuw gedrag aan te leren en als middel om de kat iets effectief en sneller aan te leren. Wat er ook gebeurt, de click wordt ALTIJD gevolgd door een beloning. Ook als je per ongeluk op je clicker gaat zitten en hij afgaat, als je clickt terwijl je kat iets verkeerds doet enz. ALTIJD!
En als je je afvraagt of je de clicker of de beloning na verloop van tijd kan weglaten, denk dan even na over het volgende. Wat zou je baas op het einde van de maand mogen weglaten? Een aanmoedigend woordje zoals ‘Goed zo, dat is het!’ of je loon? Inderdaad, liefst behouden we het allebei maar als het echt niet anders kan, behouden we de beloning (= je loon) en kan je de click (= “Goed zo!”) na de aanleerfase weglaten, het is een hulpmiddel tijdens de training.

De beloning blijven we dus wel meestal geven. Zeker bij katten, anders sturen ze al snel hun kat . De beloning hoeft niet altijd een snoepje te zijn, het kan in de uitvoerfase ook zeker een knuffel of speelmoment zijn.

TIP – Gebruik voor je training een ‘soft clicker’ zoals hierboven afgebeeld. Een originele hondenclicker is veel te luid om binnen met je kat te trainen. Een clicker mag op zichzelf de kat geen schrik aanjagen. Gebruik desnoods het geklak van je tong zoals beschreven tijdens de hersocialisatietraining in de Handleiding.
Je kat effectief een nieuw gedrag aanleren
Yes, we gaan onze kat nu effectief trainen en leren haar een nieuw gedrag aan. We maken hierbij eerst een verschil tussen een ‘aanleerfase’ en een ‘uitvoerfase’, want er zijn wel een paar verschillen tussen die 2:

Aanleerfase
Speciaal afgebakende trainingsmomenten
Liefst door één trainer uitgevoerd
Altijd gevolgd door een beloning
Kat leert een associatie in een kunstmatige, afgeschermde situatie.
Meestal 4 tot 6 weken

Uitvoerfase
Doorheen de dagelijkse routine
Kat is al uitgebreid getraind in bepaald gedrag en er is voldoende getest of ze het snapt.
Dit gedrag is versterkt in verschillende situaties.
Kat krijgt meestal maar niet altijd een beloning voor het vertonen en uitvoeren van een gevraagd gedrag.

Ik neem je nu mee door het basisschema van hoe je een kat iets nieuws leert. Deze uitleg lijkt misschien ingewikkeld, maar zodra je ermee aan de slag gaat, is het allemaal simpeler en leuker dan op het eerste gezicht lijkt.
Deze info is gebaseerd op tal van opleidingen die ik wereldwijd volgde, het begeleiden van eigenaars in het trainen van hun katten, opleidingen in clickertraining geven aan particulieren en professionals, alsook mijn eigen jarenlange ervaring in dierentuinen. Het is dus mogelijk dat ik op bepaalde momenten streng ben, maar dat heeft een goede reden. Ik weet uit ervaring wat er kan mislopen, dus probeer zoveel mogelijk alle puntjes te volgen.

WEETJE – Je kan met deze training overigens alle dieren (en mensen, echtgenoten, collega’s, teams, kleuters, pubers enz.) trainen . Zoek bv. maar eens naar ‘Tag Teach’ op YouTube, dan zal er een hele nieuwe wereld voor je opengaan!
Concreet Stappenplan – Clickertrainen met je kat
Stap 1: Klassieke conditionering
Dit leer je de kat eenmalig aan. Zodra ze de associatie kent tussen de clicker en de beloning, kan je verschillende gedragingen aanleren. Het zal lijken alsof deze training té lang duurt, maar je moet erdoor tot je het echt helemaal beu bent. Het is geen leuke training, het is zelfs een heel saaie training. Probeer eventueel je trainingen op te delen in 2 x 2 minuten per dag maar hou het vooral leuk voor iedereen!

Stap 1A: Associatie tussen clicker en beloning
Je roept je kat bij je op een rustig moment op een locatie waar ze happy is. Je gaat op de grond zitten en zorgt ervoor dat ze voor je zit. Je zwijgt. Je houdt je beide handen achter je rug, want je wil niet afleiden met friemelende handen. Je houdt de clicker in één hand en je snoepjes in de andere hand. Je clickt en je wacht 1 seconde na de click alvorens je hand uit te strekken en je kat een snoepje te geven dat je voor haar neus legt. Dat is alles, maar wel de belangrijkste stap binnen training.
Hiermee leren we de kat namelijk aan dat het geluid van de clicker waarde heeft, zodat het iets wordt dat ze WIL horen. Deze stap doe je gedurende 10-14 dagen elke dag een paar minuten, tot je het letterlijk beu bent. Je kat moet die klassieke associatie tussen click en beloning zo diepgaand gemaakt hebben voordat je verder kan. Het wordt een onbewuste associatie. De meeste trainingen lopen mis omdat eigenaars of trainers te snel aan deze stap voorbij gaan.
Zodra je wat verder in deze training zit, mag je wat meer seconden tussen de click en de beloning laten voorbijgaan en hiermee afwisselen. Dat komt later nog goed van pas.

Stap 1B: Discriminatie van de clicker
Na iets meer dan een week, voeg je een extra stapje toe binnen de klassieke associatietraining. Je geeft om de 3 tot 4 keer (wissel een beetje af zodat het niet te voorspelbaar wordt) een lege hand die niet voorafgegaan is door de clicker. Gewoon een lege hand zonder snoepje en zonder click. Zo leert de kat dat de hand niet de voorspeller is van het snoepje. De hand heeft alleen waarde wanneer er eerst een click aan voorafging.

Stap 2: Operante conditionering
Waar de kat in de vorige stappen absoluut niets moest doen behalve rustig zijn en haar beloningen opeten, wordt het nu wat anders. Nu selecteren we een bepaald gedrag, leggen we het vast met een click-geluid en belonen het dan. De beloningen zijn dus niet meer gratis. Dit kan voor je kat erg verwarrend zijn. “Oei, er komt niets meer, hoe komt dat nu? Wat moet ik nu doen om mijn beloning te krijgen?” Die gezonde portie frustratie hebben wij nodig om haar een bepaald gedrag aan te leren.
Er zijn 3 verschillende manieren om een bepaald gedrag vast te leggen met de clicker. Een eerste manier heet ‘vangen’, waarbij je gewoon wacht tot de kat het gedrag uit zichzelf laat zien. Een tweede manier heet ‘lokken’, waarbij je iets gebruikt om haar naar een bepaald gedrag of bepaalde positie te lokken waarbij of waardoor ze het gewenste gedrag vertoont. Maar pas op, je beloont haar daarna nooit met datgene waarmee je haar gelokt hebt! En het ‘lokmiddel’ dat je gebruikt, daar wil je zo snel mogelijk vanaf! Je gebruikt het maximum 3 tot 5 keer per training en doet dan verder zonder. Een derde manier heet ‘vormen’, waarbij je het gedrag vormt door kleine stapjes in het gedrag te belonen tot ze het volledige gewenste gedrag vertoont. Meestal begint dit ook wel met lokken of vangen van gedrag. Een training is vaak een mooie combinatie van de 3 manieren samen.

Het gedrag dat je in deze stap wil verkrijgen kan zowel actief als passief zijn. Actief betekent dat het dier effectief iets moet doen met zijn lijfje, iets moet ondernemen. Passief wil zeggen dat de kat gewoon rustig moet blijven zitten terwijl wij iets met haar doen, zoals kammen, aanraken, oppakken, strelen, nageltjes knippen enz.
Ik neem je mee door de volgende stappen met het voorbeeld ‘target aanraken’. We willen dat onze kat met haar neus tegen een target aantikt. Deze target is een telescopische targetstick die je in de dierenwinkel vindt, met een ingebouwde softclicker.

Stap 2A: Selectie van het gewenste gedrag
Optie A: Vangen
We houden de target vlak voor de neus van de kat en we wachten tot ze er zelf aan wil ruiken. Zodra haar neusje de target raakt, clicken we en geven we haar een beloning. We houden de target een paar seconden verborgen en we bieden hem opnieuw vlak voor haar neus aan en wachten tot ze de target nogmaals aantikt. Doorgaans hebben de meeste katten dit vrij snel door. Herhaal dit.
Optie B: Vormen
Soms lukt de vangmethode niet. Dan is het ‘vormen’ een alternatief. Je moet er wel zeker van zijn dat de kat geen schrik heeft van de targetstick. Je houdt de targetstick voor haar neus en tikt zelf zachtjes haar neusje aan. Zodra het neusje het bolletje van de stick aanraakt, geef je een click en direct een beloning. Dit blijf je lang genoeg herhalen. Dan vorm je het gedrag verder door de target op één centimeter van haar neus te houden. Ze weet intussen dat ze een click hoort wanneer haar neusje ertegen komt, dus normaal gezien wil ze haar neusje er nu zelf tegen duwen. Je clickt en beloont. Herhaal dit en schakel over naar vangen.

Optie C: Lokken
Katten ruiken uit zichzelf graag aan van alles en nog wat. Deze eigenschap kunnen we goed gebruiken. Je neemt een beetje tonijn, kaas of kippenwit en je wrijft het aan het bolletje van de targetstick. Er mag in principe niets aan het bolletje blijven hangen, je wil alleen de geur erop krijgen. We willen absoluut niet dat onze kat de target stick aflikt. Je houdt de target voor de neus van de kat, wacht tot ze eraan ruikt, clickt en geeft haar onmiddellijk een lekkere grote beloning. Herhaal dit.
Je herhaalt het vastleggen van dit gedrag enkele dagen na elkaar. Je houdt de target stick voor je kat, ze duwt haar snoetje ertegen, hoort een click en krijgt een lekkere beloning. In deze stap neemt jouw kat alle initiatief en ze moet echt doorhebben wat er van haar verwacht wordt, dat ze actief haar neusje ertegen moet duwen; dat is immers de bedoeling. Bij sommige katten moet je deze training 2 weken lang volhouden om een duidelijk resultaat te zien.

Stap 2B: Discriminatie van operante conditionering
Eerder nam je kat het initiatief. Nu voegen we een commando toe zodat wij voortaan het commando geven en de kat het gedrag uitvoert.
In principe heeft een targettraining niet echt nog een commando met woord nodig, omdat je targetstick eigenlijk al het commando op zich is, maar ik leg het toch aan de hand van dit voorbeeld verder uit.
Discriminatie betekent het onderscheid maken tussen wat nu eigenlijk wat voorspelt (waardevol of niet). Deze stap deel ik op in 3 kleinere stappen:

A. De kat neemt het initiatief
Daar komen we van. De kat duwt zelf haar neusje ertegen, hoort een click en krijgt een beloning. Ze heeft goed door welk gedrag ze moet vertonen.
B. Kat neemt het initiatief en dat koppelen we aan commando
Een commando (woord) voegen we in de training pas toe wanneer de kat het gedrag goed snapt en initieert. We wachten tot ze zelf initiatief neemt en zodra haar neusje in de richting van de target vertrekt, zeggen wij ‘touch’. Touch is ons commando voor ‘raak het bolletje van de target aan’, maar je kat kent dit commando op dit moment totaal niet.
We leren haar dat nu aan door de associatie te maken tussen het commando ‘touch’ en de handeling (actie + click + beloning) door de hele tijd het woord te zeggen
zodra de kat haar beslissing heeft
gemaakt en zelf haar snoet beweegt om het bolletje aan te raken. Dit doe je zeker een week lang, de hele tijd. Stap A komt
dus niet meer voor.

PAS OP – Eigenaars en trainers beginnen vaak al commando’s te geven wanneer het dier het gedrag nog niet ten volle aangeleerd heeft. Hier loopt het dus vaak mis. Soms gebruiken ze het commando zelfs al als eerste stap, nog voor het dier iets geleerd heeft. En dan zijn ze verrast dat het dier het niet begrijpt of niet het juiste gedrag laat zien bij het geven van het commando.
Volg dus a.u.b. de regels van de kunst en doe het zoals het hoort zodat je kat je écht begrijpt.
Vooral honden worden hier enorm tekort gedaan. De gemiddelde hond is slim genoeg om een eigenaar toch te begrijpen, zelfs als die de bal compleet misslaat in de eerste trainingen, maar in latere stappen ontstaan er echte misverstanden omdat de basis niet goed aangeleerd werd.

C. Discriminatie van het commando
Je houdt vanaf deze stap de target voor je, je legt hem niet meer weg. Nu laten we de kat ongeveer 10 tot 20% van de tijd de target aanraken, zonder het commando te zeggen. We clicken en belonen bijgevolg ook niet. Doe dit zeker geen 2 keer achter elkaar. Nu leert de kat dat het enkel het commando is dat duidelijk maakt dat ze kans maakt op een beloning, namelijk wanneer ze het gewenste gedrag vertoont.
Nu ga je wat beginnen te spelen. Je maakt nu een combinatie tussen stap B en C, waarbij B ongeveer 70% en C ongeveer 30% van de keren voorvalt. Daarna mag je stap D erbij nemen en wissel je die 3 stappen af.

D. Commando uitvoeren
Hier is de volgende stap waarvan je een paar keer moet testen of het al werkt. De kat is bijna klaar met haar snoepje, ze maakt nog geen aanstalten om met haar snoet de target aan te raken, maar jij zegt het commando en BAM, ze gaat met haar snoet naar de target (+ click + beloning uiteraard).
Dit is het resultaat van je training, hier doe je het voor. Jij geeft het commando en je kat doet dit direct en gedeeltelijk onbewust.
Dit is een wonderlijk moment. Je hebt je kat daadwerkelijk iets geleerd, proficiat! Je zal heel hard je best moeten doen om niet beginnen te gillen. Ik sta nog altijd van versteld van dat moment in een training.
Maar hier stopt het niet. Dit was pas een eerste test. Je kat kent dit nog niet supergoed. Het kan ook gebeuren dat je te vroeg was en dat het niet werkte, dan ga je terug naar de combinatie van B en C.
Je wisselt B, C en nu ook D met elkaar af, speel er wat mee. Ik geef je nu enkele cijfers maar volg gerust je buikgevoel. Je wisselt nu af tussen je kat die het initiatief neemt en jij die het commando geeft zodra ze zelf vertrokken is (B), niets zeggen en ook niet belonen (C altijd max. 20% van de tijd) en jij die het commando zegt en je kat bijgevolg haar snoet ertegen duwt (D).

E. Uitsluitend op commando
Zodra je kat het gedrag helemaal kent en weet dat ze alleen kans maakt op een click+beloning wanneer ze het gedrag pas uitvoert als ze eerst het commando gehoord heeft, dan ben je er, ze kent het! Herhaal de training, die ze niet snel zal vergeten, nu elke week.
Weet dat het tweede gedrag dat je haar wil aanleren het moeilijkste zal zijn. Je kat moet nu immers leren dat dit niet het enige is dat ze kan leren, ook al denkt ze dat nu wel. Vanaf het tweede gedrag leert je kat wat het is om te ‘leren’.
Zodra ze doorheeft dat er meerdere dingen zijn die ze kan doen om een beloning te krijgen, heb je niet alleen de commando’s en gedragingen aangeleerd, maar heb je je kat ook geleerd te leren ‘leren’ en gaat alles veel gemakkelijker. Dan kent ze het proces dat er een woord gaat volgen, dan kan je haar tussen verschillende woorden leren discrimineren door het juiste gedrag te belonen en het foute gedrag niet te belonen.

TIP – Dit is een ongelooflijke vorm van mentale stimulans. Kijk op YouTube en Amazon naar video’s en boeken over clickertraining voor katten. Er gaat een hele nieuwe wereld voor je open. Gebruik de info uit dit hoofdstuk als basis. Die basis wordt in heel wat literatuur te snel overgeslagen. Maar dat doen wij niet, want wij willen het goed doen.


Socialisatie
van kittens in
de praktijk
Leer aan kittens in de eerste 16 weken van hun leven alle geluiden, geuren, structuren, mensen, andere dieren, katten, gebruiksvoorwerpen enz. aan die ze later als normaal moeten beschouwen.

Het correct en grondig socialiseren van jonge kittens is een belangrijk aspect in preventie van ongewenst gedrag later. Ik weet dat jij als eigenaar er waarschijnlijk niet veel meer aan kan doen, maar neem dit hoofdstuk goed door om alle kleine katjes die je in de toekomst onder je vleugels neemt zo goed mogelijk te socialiseren. Jong geleerd is oud gedaan!
Concreet stappenplan – Voorbereiding van de socialisatie
Stap 1: Het kitten heeft altijd de vrije keuze om weg te kunnen wandelen. Zorg er dus bij een socialisatiesessie voor dat ze ofwel niet te invasief is, óf dat de kittens naar een andere ruimte kunnen huppelen als ze dat willen.
Stap 2: We forceren de kittens nooit, maar spelen met hun natuurlijke exploratievermogen en nieuwsgierigheid.
Stap 3: Specifieke zaken worden aangeboden en vervolgens vervangen en herhaald doorheen de tijd.
Stap 4: Betrek de moeder zoveel mogelijk (als deze bekend en vertrouwd is met mensen en de omgeving) zodat de kittens sneller kunnen leren dat alles oké is.
Stap 5: Stel de kittens niet invasief bloot aan nieuwe items of geluiden. Begin op een afstand of op een laag pitje en werk dan naar steeds intenser, intensiever en frequenter en neem ook af en toe een stapje terug. Begin op een niveau waarop het kitten nog geen reactie vertoont.
Stap 6: Let op hun stressreacties. Het is normaal om een teken van opwinding te zien, maar je moet echt goed in het oog houden dat het beperkt blijft.
Stap 7: Als je ze wil laten exploreren en ontdekken, doe dit dan weg van het vertrouwde nest. Hier moeten ze altijd rustig en veilig kunnen rusten.

Stap 8: Wil je het kitten laten wennen aan iets dat het van nature toch niet zo fijn vindt, probeer dan de sandwichmethode. Doe iets leuks, leuks, leuks, iets onaangenaams, leuks, leuks, leuks. Zo is dat onaangename iets dat al heel snel weer vergeten wordt en toch leren de kittens dat het (meer) oké is. Speel wat met het niveau van dat onaangenaam iets: je begint laag en bouw langzaam op maar nooit helemaal in een rechte lijn naar boven. Je gaat wat feller en dan weer wat minder fel, weer een paar stapjes vooruit en eentje achteruit enz.
Stap 9: Het is oké om je kitten ‘bombproof’ te maken, maar onthoud dat het ook oké is dat je kitten soms schrik heeft van bepaalde zaken zoals grote honden, auto’s enz.

Stap 10: Leer je kittens dat het ook oké is dat er eens niets gebeurt,
dat het eens allemaal saai is en dat ze moeten leren om
zichzelf bezig te houden. Het kan niet elke moment van de
dag feest zijn. Ook dat is socialisatie.
Training tijdens de socialisatieperiode.
Maak een onderscheid tussen ‘gewenning’ en ‘training’. Gewenning is het wennen aan bepaalde zaken, en dit gebeurt op voorwaarde dat er nog geen voorafgaand gevoel of mening of associatie bij bestaat. Gewenning betekent ook dat de impact van het nieuwe ding zo laag is, dat het het kitten eigenlijk onverschillig laat. Merk je op dat er geen stress-signalen aanwezig zijn, dan kan je de impact vergroten door luider, intenser, dichter bloot te stellen. Let op dat je telkens met kleine stapjes werkt.

Training daarentegen is het aanbieden van de nieuwigheden die in een aanleerfase altijd worden gecombineerd met een beloning die het kitten superleuk vindt, bv. een snoepje of speeltje. Deze techniek gebruiken we vaak onvoldoende. We denken te snel dat ‘ze er wel aan zullen wennen’, terwijl we eigenlijk best echt trainen om deze nieuwigheid leuk te vinden. Training gebruiken we als standaard en zeker als we vermoeden dat de eerste impact van het item te groot is of onaangenaam kan zijn. Zo kunnen bijvoorbeeld een halsbandje, kammen of in de transportmand zitten zowel aangeleerd worden door gewenning (met het risico op onaangename associatie) als door training (onmiddellijk een positieve associatie tot stand brengen). Bij training moet je uiteraard ook op een laag pitje beginnen.

Concreet Stappenplan – Eerste socialisatieperiode
Stap 1: Begin ten laatste op een leeftijd van 2 weken.
Stap 2: In deze fase ligt de focus op de introductie van ALLES wat niet in de natuur voorkomt.
Stap 3: We introduceren zaken en versterken ze ook door blootstelling gedurende langere periodes, in verschillende kamers, door verschillende mensen, op verschillende tijdstippen.
Stap 4: Hanteer de kittens minimaal 1 uur per dag. Uit onderzoek blijkt dat er een verband is tussen het aantal minuten dat we met een kitten bezig zijn en de graad van socialisatie, hoe meer we met hen bezig zijn, hoe vriendelijker en socialer ze (kunnen) worden. Vanaf 1 uur hanteren neemt de socialisatie in verhouding niet meer toe.
Stap 5: Er zijn minimaal 4 personen nodig voordat een kitten het begrip ‘mens’ generaliseert. Zorg dus voor koekjes, thee en leuk bezoek!
Stap 6: Zowel vrouwen, mannen als kinderen moeten de revue passeren. Ze hebben allen een andere stem, ander stem-volume, andere stap, andere handgrip, andere geur enz.
Stap 7: Huishoudelijke geluiden moeten opzettelijk aangereikt worden. Laat eens een pot of een lepel vallen, speel op alle instrumenten die je kan vinden, gil eens en brul luidkeels met je Spotify mee. Speel op YouTube verschillende geluiden af zoals honden die blaffen, vuurwerk, muziek, instrumenten enz. Begin zacht en speel dan eens luider af en wissel af in decibels. Let er opnieuw goed op dat de kittens er niet (te) gestresseerd door worden en dat ze te allen tijde weg kunnen wandelen als het te veel wordt. Jij kan er uiteraard ook voor zorgen dat het niet van begin af aan te veel wordt, door zacht op te bouwen.

Stap 8: Bied alle zaken aan die ze in huis kunnen tegenkomen, zowel op het vlak van structuur (karton, hout, stoffen, koud, warm), als geur (natuurlijk, onnatuurlijk) en geluid (mensen, dieren, instrumenten, plotse geluiden, muziek).
Stap 9: Bepotel de kittens zachtjes wanneer ze aan het drinken zijn bij de mamapoes. Dan maken ze onbewust een positieve associatie met deze aanrakingen. Wrijf over hun pootjes, duw de pootkussentjes zacht uit zoals je doet bij het nagelknippen, manipuleer het mondje zachtjes alsof je het wil opendoen, wrijf met je wijsvinger en duim over de oortjes en wrijf langs het kopje met je hand. Wrijf over het buikje en rugje en staart. Oefen hierbij af en toe een lichte druk uit. Neem het achterlijfje van het kitten tijdens het zogen zachtjes maar stevig vast, hef het even naar boven en leg het zacht terug. Neem het kitten stevig tussen je 2 handen en draai het zachtjes een seconde om en leg het weer bij de mama. Het kitten maakt hier nu niets van, maar het heeft een ontzettend groot effect op zijn stresslevels later. Dan zal de kat ook opgepakt worden door kinderen en tieners (en wie weet zelfs een paar pestkoppen), dit maakt haar weerbaar. Zorg er uiteraard voor dat je de mama ook eens beloont met iets wat zij zeker leuk vindt zoals een snoepje en aandacht. Dan maak je opnieuw een positieve associatie, ook voor haar.

Stap 10: Vanaf 4 weken krijgen de kittens natvoer en/of vaste brokjes en wordt er ook een kattenbakje voorzien. Geef hierbij meerdere soorten kattenzand, zodat ze leren dat er onder hun pootjes meerdere structuren kunnen liggen. Pas wel op, want als kittens net leren eten, kunnen ze dat kattenzand wel eens verwarren met brokjes. Gebruik in het begin dus iets grotere korrels om dan later over te schakelen naar fijner zand. Bied dit zand samen aan, zodat ze een keuze kunnen maken. Zie je dat ze maar één specifiek zandsoort kiezen, dan kan je gewoon dat aanbieden. Het is allemaal het proberen waard.
Stap 11: Laat ze aan verschillende geuren ruiken. Zet eens een potje kruiden in hun verblijf, laat ze ruiken aan blaadjes uit de tuin en aan geurdoekjes waarop geuren van andere dieren zitten. Let er wel opnieuw op dat ze hier altijd weg van kunnen wandelen.

Stap 12: Ik ben geen fan van katten wassen. Ik verkies om hun natuurlijke lijfgeur met feromonen intact te houden. Maar er zijn bepaalde rassen die moeten gewassen worden om hun vacht te onderhouden. Hier leer je de jonge katjes in deze periode al best aan water wennen. Niet door ze meteen een goed bad te geven, maar door bijvoorbeeld met een spuitje water op hun vachtje te druppelen, hun pootjes een beetje vochtig te maken, ze te laten ruiken aan zeep (met bijvoorbeeld de sandwichmethode), ze eens op een bordje water te laten lopen tijdens het spelen. Watergewenning voor kittens zeg maar. In de volgende socialisatieperiode kan je dit opdrijven naar meer water, een langere blootstelling, inzepen enz.
Stap 13: Leer hen drinken uit een spuitje. Zo kan je later ook medicatie toedienen. Doe iets lekkers en vloeibaars in het spuitje zoals kittenmelk, liquid snacks, kippenbouillon enz. Met een spuitje heb je meer controle over de vloeistof dan met een papfles.

Concreet Stappenplan – Tweede socialisatieperiode
Stap 1: Herhaal systematisch alle tips van de eerste socialisatieperiode maar drijf de frequentie en intensiteit op waar mogelijk.
Stap 2: Zorg ervoor dat ze in contact komen met andere katten, ook als deze niet altijd zo vriendelijk zijn. Zo leren kittens dat andere katten blazen, waarom en wanneer ze dat doen, en dat ze dan best uit de weg gaan. Zo leren ze sociale etiquette en leren ze ook wat het gevolg van hun eigen gedrag is. Hoe hard ze bv. mogen bijten, leren ze van nestgenoten, de mama en andere katten waar ze mee spelen. Die geven dan een felle gil en de mama durft ook wel eens een kleine beet te geven. Pas op, dit is NIET iets wat jij later in de verdere opvoeding kan nadoen. Een kitten straf je nooit door bv. in het nekvel te pakken of een tik te geven. Het wordt er alleen maar bang en gefrustreerd door, en dat willen we net niet.
PAS OP – Mama’s nemen hun kittens in het nekvel tot een leeftijd van maximum 6 weken om hen te verplaatsen naar een veiligere nestplaats. Deze nekbeet zorgt voor immobiliteit bij het kitten zodat die niet te hard tegenpruttelt. Dit is de ENIGE moment in het leven van de kat dat die met dit gebaar in contact komt. Jij als eigenaar gebruikt dit nooit, en al zeker niet om te straffen. Het is uiterst pijnlijk en traumatiserend voor een kat. NEE, NEE en nog eens NEE, nooit gebruiken!

Stap 3: Zorg al eens voor een halve of volledige dag waarbij er geen interactie plaatsvindt, waarin er niets te doen is, geen speeltjes zijn of geen bezoek is. Vandaag is het saai. Een kat moet ook leren om op zichzelf te spelen.
Stap 4: Leren spelen is een belangrijk onderdeel in deze fase. Een kitten moet leren wat spel precies is en wat wel en niet normaal is om mee te spelen. Hier loopt het soms mis met onze handen. Een kitten is zo lief en schattig, en als het haar kleine tandjes in onze hand zet, dan smelt ons hart. Maar dan wordt het kitten een kat van 4,5 kg en plaatst ze haar niet meer zo kleine tandjes in de handen van oma. Dat is dan onaanvaardbaar. De kat kan er niets aan doen, zij heeft geleerd dat dat allemaal oké en superleuk is. Bied kleine katjes dus elke dag ander speelgoed aan en houd tijdens het spelen altijd iets tussen jouw hand en het kitten. Met de handen wordt NIET gespeeld. Een hand dient enkel om te aaien, te knuffelen en kopjes tegen te geven. Zorg ervoor dat ze gewoon niet in je hand KAN bijten door gezonde en leuke alternatieven te bieden die elke dag veelvuldig beschikbaar zijn. Later kan je dit versterken door naast het speelgoedje ook je hand aan te bieden. Als ze met het speeltje speelt, dan krijgt ze lieve woordjes, snoepjes en meer speeltjes. Als je ze richting je hand gaat, geef je een korte hoge gil en trek je je hand snel weg en wandelt zelfs even weg indien nodig. Je wacht een tiental seconden en je biedt opnieuw beide mogelijkheden aan. Zo leert je kitten dat het speeltje niet alleen leuk is, maar ook nog eens extra beloning oplevert en dat de hand toch maar niets is. De hand is immers niet zo leuk als het speeltje en als ik er aan kom, dan krijg ik een niet zo fijne reactie.

Stap 5: Leer je kat om juist te spelen. Onthoud dat er 3 soorten spellen zijn, zoals in het Handboek besproken, en dit moet het kitten in haar jonge weken ook ontdekken.
Stap 6: Sociaal spel kan ze beoefenen met de nestgenootjes, daar hoef jij je niet mee bezig te houden. Onthoud wel dat als je kitten hieraan gesocialiseerd is, dat ze dit ook verwacht in de rest van haar leven. Plots in een leeg huis terechtkomen is voor een sociaal en goed gesocialiseerd kitten mogelijk zeer frustrerend, met ongewenst gedrag als gevolg.
Stap 7: Daarnaast hebben de kittens nood aan een prooispel, zowel naar bewegende hengeltjes (fase 1), als stilliggende prooien (fase 2) waar ze rond mee kunnen lopen. Onder de 6 maanden hoef je nog niet met geuren zoals kattenkruid of valeriaan te werken. Het verschil in respons is dan miniem. Kittens spelen uit zichzelf al heel fel. Fase 3 waarbij ze moeten werken voor hun eten is nog niet zo heel belangrijk, maar je kan ze er wel al aan introduceren door bijvoorbeeld eierdoosjes te vullen met kittenvoer, kittenvoer te verstoppen in een doos met speeltjes en kittenbrokjes verspreiden op hoogtes in het kittenverblijf.

Stap 8: De derde vorm van spelen is ook een superbelangrijke die vaak wordt vergeten en niet alleen belangrijk is in de tweede socialisatieperiode maar nog lang erna, tot minstens één tot anderhalf jaar, want zolang is een kat kitten! Deze derde vorm van spelen is locomotorisch spel: spelen met de omgeving. O, wat hangen kleine katjes toch zo graag in de gordijnen. Dat is het normaalste gedrag voor hen. Zij willen klimmen en klauteren, overal aanhangen en zich optrekken, schuilen, krabben, rondhuppelen, snuffelen, exploreren, en vooral in de hoogte leren gaan. Ze ontwikkelen nu hun lichaam nog volop. Ze hebben hierbij ten eerste mogelijkheden nodig en ten tweede moeten we deze mogelijkheden veilig én voorspelbaar aanbieden. Voorzie dus opstapjes, kartonnen dozen, stoelen, krabmeubels (horizontaal en verticaal), mogelijkheden om te klimmen enz. Dit is zo ontzettend belangrijk voor hun ontwikkeling! En als je lieve katje in de gordijnen hangt, denk dan niet ‘potvolkoffie, kom uit mijn gordijnen’, maar denk met een hart vol liefde ‘o wat fijn dat je zo gezond bent!’

Concreet stappenplan –
Socialisatie van kittens in een asielomgeving
Stap 1: Voorzie een aparte kittenruimte, exclusief voor de socialisatie van kittens, die hoeft niet groot te zijn. Laat vrijwilligers hier een boekje lezen, terwijl de kittens exploreren. Doe dit minstens een uurtje per dag. Zorg er wel voor dat er altijd een plaats is waar de kittens worden genegeerd en die dus als hun veilige haven geldt. Dit kan een bench zijn of een kartonnen doos. Als ze hierin zitten, negeer je hen compleet. Voorzie er meerdere, afhankelijk van het aantal kittens. Je kan deze ruimte eventueel ook gebruiken als bezoekersruimte, als ze voldoende groot is, waar bezoek met duidelijke instructies komt. Blijf rekening houden met hun veilige haven.
Stap 2: Doe een inzamelactie van huiselijke voorwerpen bij vrijwilligers of haal ze bij de kringloopwinkel, zoals knuffels (kan je bepaalde geuren op doen), keukengerei (soeplepels en kookpotten), instrumenten, kinderspeelgoed, kleine kastjes, bezems, een oude stofzuiger of handstofzuiger enz.
Stap 3: Voorzie vanalles waar ze op kunnen, zoals een klein bijzettafeltje, een kinderopstapje, een opbergdoos die je kan omdraaien enz.
Stap 4: Voorzie kartonnen doosjes met meerdere ingangen en met gesloten plafond zodat ze er ook op kunnen.
Stap 5: Houd speelgoed in een speelgoedkoffer bij en wissel elke dag af.
Stap 6: Introduceer van jongsaf aan zachtjes al noodzakelijke handelingen in plaats van altijd uitsluitend te aaien. Aai ze niet altijd op dezelfde plaats maar wissel af door elk onderdeel van het lichaam eens te aaien: de oren, achter de oren, in de oren, pootjes, pootkussens, staart, basis van de staart, buik, kin enz.
Stap 7: Gebruik zoveel mogelijk de sandwichmethode als je onaangename zaken met het kitten moet doen: leuk – leuk – leuk – niet leuk – leuk – leuk – leuk – leuk.
Stap 8: Vergeet het belang van een surrogaatmoeder niet als er geen mama meer aanwezig is. Neem die sociale kat mee in de ruimte en laat ze samen spelen. Uiteraard op voorwaarde dat niemand hier stress van ondervindt!


Husbandry
training
Leer katten in ons huishouden actief aan om vrijwillig deel te nemen aan noodzakelijke dagelijkse routines en handelingen. Zo ervaart ze hier plezier of toch alvast minder stress bij dan zonder training.

De term ‘Husbandry training’ kent geen echte Nederlandstalige vertaling. Het betekent dat we onze huisdieren trainen om vrijwillig mee te doen met de dagelijkse verzorging, routines en behandelingen.
Dit gaat over omgaan met andere dieren in de omgeving, transport, baby’s, bezoek, medicatie, kammen enz. Katten hoeven daarom niet in de transportmand te dartelen of zich languit aanbieden om geborsteld te worden, husbandry training gaat vooral over het reduceren van stress in de mate van het mogelijke door training.
Training zorgt voor herkenbaarheid, voorspelbaarheid en zorgt er ook voor dat de kat een minder stresserend gevoel heeft bij blootstelling, dan in het geval we niet met de kat zouden trainen.

In deze stap geef ik je concrete stappenplannen mee voor de meest gestelde vragen van eigenaars. Dit zijn adviezen die het leven een beetje gemakkelijker maken en vooral zorgen voor stresspreventie.
Husbandry training is iets wat je de kat moet aanleren VOORDAT de situatie daadwerkelijk plaatsvindt. De kat op transport trainen kan je niet doen wanneer de kat dringend naar de dierenarts moet. Je kan de kat niet aanleren dat baby’s oké zijn en daarmee starten op de dag wanneer je van het ziekenhuis thuiskomt. Training gebeurt lang voordat de ‘echte’ situatie zich voordoet.

De volgende scenario’s vertrekken vanuit een situatie waarbij de kat nog geen negatieve associatie heeft. Mocht dit wel het geval zijn, dan kan je alsnog trainen maar moet je eerst STAP 49 uitvoeren en dan doorgaan met STAP 50 van de Kattenmatrix®, wat een grondiger versie is van de stappenplannen die nu volgen. Een nieuwe associatie bouwen bovenop een oude associatie vraagt immers meer tijd en geduld.
Ongeacht wat je je kat wil aanleren, zijn er een paar voorbereidende maatregelen die je moet nemen. We bekijken in de volgende concrete stappenplannen daarom niet alleen de training zelf, maar ook zaken die je op voorhand in orde moet maken of in overweging moet nemen, zodat je met de training de beste resultaten kunt behalen.

Kammen van de vacht = leuk
Stap 1: Kam de kat alleen maar als ze rustig en relaxed is, op een plaats waar ze zich goed voelt.
Stap 2: Kammen is altijd vrijwillig. We houden haar dus niet vast, we forceren niets. De deuren staan open en de kat mag weg wanneer ze wil.
Stap 3: Als je kat kammen niet leuk vindt, dan gooi je je kam of borstel in de vuilnisbak en koop je een nieuw exemplaar in een voor de kat onbekende vorm. Het beste is een kattenkam
waarbij de tanden op een halve centimeter van
elkaar gespreid staan.
Stap 4: Vraag jezelf ook af of je kat wel gekamd moet worden? Ze heeft haar onderwol in elk geval nodig, dus laat die maar mooi zitten. Deze pluizige ondervacht komt inderdaad snel los, maar dat is alleen zodat ze zich niet verwondt wanneer ze buiten aan takjes of scherpe kantjes blijft hangen. Het huidige ‘vachtvriendelijke principe’ gaat ervan uit dat je de vacht zoveel mogelijk met rust laat. Met een vochtig microvezeldoekje over de vacht van je kat gaan, maakt de echt versleten haren los. Bij een gezonde normale kat, zijn dat de enige haren die je mag helpen verwijderen, en dat zijn dan ook de enige haren die doorgaans op je vloer terechtkomen.

Stap 5: Als je dan toch echt moet kammen, gebruik dan zeker de juiste kam voor de vacht van je kat. Er zijn heel wat ‘vachtverwoestende’ borstels en kammen op de markt zoals de Furminator, Coat King en andere ‘ontwollers’. Alles wat mesjes heeft, alles wat ‘ontwolt’ en alles wat pijn doet als je het tegen je eigen handpalm duwt, mijden we volledig. Het enige wat écht vachtvriendelijk is, is het microvezeldoekje. Probeer het eens en dan zie je hoe weinig dode haren je kat eigenlijk kwijtraakt.
Stap 6: Kam de kat niet in volle stroken, maar in kleine stukjes door de vacht laagje per laagje vrij te maken. Ga dus nooit volledig van voor naar achter of van boven naar beneden, kam altijd in stukjes. Je hoeft de kat ook nooit in één sessie helemaal te kammen. Je kan perfect een deeltje kammen en de rest op een ander moment doen. Sta even stil bij hoe klein een kattentong is en hoe de kat zichzelf wast.

Stap 7: Vermijd onder alle omstandigheden het uittrekken van de haren. Dit is pijnlijk voor de kat waardoor ze kammen onaangenaam vindt. Door die stressfactor al weg te nemen, kunnen wij een aangename associatie creëren. Haren uittrekken is trouwens ongezond voor de vacht, omdat die haren dan allemaal tegelijk teruggroeien, en dat is niet de bedoeling. De vacht van je kat groeit namelijk in cycli en je wil niet dat de haren allemaal tegelijk teruggroeien! Vind je toch een knoopje? Verwen je kat dan met snoepjes of natvoer en pruts het knoopje zachtjes los zonder haar pijn te doen met de punt van de eerder vermelde kam en houd die vast alsof je er een stukje taart mee wil afsnijden. Neem een klein stukje van het knoopje en puzzel het los. Dat hoeft niet in één keer te gebeuren. Zorg ervoor dat je kat onder haar stressdrempel blijft.

Stap 8: We willen nu de kat belonen voor de verschillende vormen van contact met de kam, zowel op initiatief van ons als van haarzelf. Ik bedoel hiermee: contact te maken met de kam (door bv. te ruiken), contact te maken met ons terwijl we de kam vasthebben, rustig naast de kam te zitten op tafel, het toelaten (= rustig blijven) om de kam in de buurt te brengen, het toelaten om de kam tegen de vacht te brengen, het toelaten om met de kam door de vacht te gaan. Aan al deze stapjes kan je je kat blootstellen en haar dan na elke kleine stap belonen met een snoepje, een likje zure room, of een krabbetje onder haar kin.

Stap 9: Katten vinden het heerlijk om kopjes te geven en hun kopje ergens tegenaan te wrijven. Zorg er bijgevolg voor dat je elke dag de kam gebruikt en dat je haar gedurende minstens de helft van de sessie niet effectief kamt maar gewoon de kam vasthoudt, zodat zij er op haar manier zelf tegen kan wrijven, zoals zij het wil. Sommige katten doen dat graag met hun kin, andere met hun kopje langs boven, de andere met haar flank. Geef je kat terug de controle.
Stap 10: Heeft je kat echt schrik van de kam, omdat die bv. haar in het verleden echt pijn heeft gedaan, zorg er dan voor dat je alle voorgaande stappen nog tienmaal strikter en trager uitvoert. Je kat heeft een negatieve ervaring en daarom moet jij nu extra veel geduld hebben.

Baby = tof
Stap 1: Doe de kat niet weg omdat je een baby’tje verwacht. Hier heersen heel wat misverstanden rond, vooral wat toxoplasmose betreft. Er zijn heel wat manieren waarop je jezelf kan beschermen tegen deze parasiet, maar je kat wegdoen is daar niet een van! Zoek hier meer informatie over op, en ontdek dat het besmettingsgevaar pas reëel is als je in aanraking komt met uitwerpselen die meer dan 48 uur oud zijn en afkomstig zijn van jonge katten die net met het virus besmet zijn. Als je partner de kattenbakken doet, jij je handen regelmatig wast en je katten ouder dan een jaar zijn, is het risico zo goed als nihil en moet je je meer zorgen maken over je groentjes wassen dan over je kat!
Stap 2: Je kat wordt niet jaloers, laat ons dat eerst even duidelijk maken. Je kat kan wel verward zijn door alle nieuwigheden en gefrustreerd raken omdat er nu ruimtes en oppervlaktes zijn waar ze plots geen gebruik meer van kan maken of nieuwe zaken zijn die haar verboden worden. Misschien is ze gestresseerd door de rare geluiden en geuren die plots overal hangen. O ja, ze kan ook wat in de war zijn omdat jullie plots anders doen tegen de kat. De oplossing is een goede voorbereiding zodat jij je, zodra de baby er is, niet te veel meer moet aantrekken van de kat. Je hebt dan immers al je handen vol.

Stap 3: Bereid je kat al van in het begin van de zwangerschap voor op typische babygeurtjes (talkpoeder, melk, babyzeep enz.). Was je handen steeds met babyzeep, gooi een heel klein beetje talkpoeder op de looproute van je kat of een krabplankje en laat je kat ruiken aan alles wat maar mogelijk op een babygeur lijkt.
Stap 4: Beslis zo vroeg mogelijk in de zwangerschap of je bepaalde ruimtes ontoegankelijk wil gaan maken voor de kat, zoals de babykamer. Je wil de kat namelijk niet voor een voldongen feit zetten zodra je met de baby thuiskomt. Als je de babykamer wil afsluiten, ga dan als volgt te werk. Bekijk eerst welke gedragingen je kat in deze toekomstige babykamer vertoont of kan uitoefenen (eten, slapen, rusten, op uitkijk staan enz.). Dan maak je deze noden op andere plaatsen in huis extra mogelijk en lok je ze er uit zodat je een verschuiving van voorkeuren en territoriumgebruik stimuleert. Wanneer je na enkele weken ziet dat je kat gebruik maakt van de nieuwe bronnen, kan je heel geleidelijk aan en stuk per stuk de bronnen of belonende factoren in de babyruimte weghalen. Dit kan gaan over het weghalen van dekentjes of andere zachte ondergronden, eetpotjes, kattenbakken of uitkijkposten die je afplakt enz. Zo heeft je kat nagenoeg geen redenen meer om nog in deze ruimte te vertoeven, het is elders toch beter! Zodra je kat heeft kunnen wennen aan dit nieuwe gegeven en je duidelijk merkt dat ze hier bijna geen tijd meer doorbrengt, sluit je de deur permanent. Ook alle pogingen tot het openen van de deur, want mogelijk probeert je kat dat, negeer je compleet door weg te wandelen en er zeker niet op te reageren.

Stap 5: Zodra je baby geboren is, brengt je partner zo snel mogelijk doekjes, kleertjes en andere items met babygeur mee naar huis en presenteert die aan de kat, samen met een geweldig bordje natvoer ernaast. Probeer dit minstens 3 tot 5 keer te doen voordat je met de baby thuiskomt.
Stap 6: Bij thuiskomst geef je de kat alle aandacht die je kan geven en geef je haar ook de kans om dit nieuwe wezentje uitgebreid te onderzoeken.
Je moet geen schrik hebben. Zolang je kat geen strafblad heeft voor agressieve aanvallen naar mensen toe, doet ze niets anders dan ruiken, wegwandelen of kopjes geven. Haar deze tijd geven is erg belangrijk. Jij staat uiteraard klaar met veertjes, kattenmelk en snoepjes!

Stap 7: Probeer in de mate van het mogelijke – want je weet nooit hoe je je gaat voelen met zo’n baby’tje in huis – je kat aandacht te geven, al is het maar een paar woorden of een zachte aai. Je kat zal je al raar genoeg vinden, dus probeer haar niet compleet te negeren. Voor haar is het ook allemaal nieuw en wennen.

Stap 8: Je kat zal elk mogelijk item dat je voor je baby koopt geweldig vinden! Wippertjes, bedjes, lig- en zitzakjes, allemaal fantastisch. Waarom? Omdat ze die natuurlijke hangende vorm hebben die katten ook geweldig vinden. Wat kan je hieraan doen? Ofwel bescherm je het materiaal met dekentjes maar laat je je kat wel toe om het te gebruiken. Wat een paradijs creëer je dan voor haar! Hier ben ik (uiteraard) het meest fan van. Er zijn natuurlijk ook zaken die niet mogen gebruikt worden. Deze berg je best zo veel mogelijk op als ze niet gebruikt worden, zodat je kat er onmogelijk gebruik kan van maken. Je geeft de kat ook voldoende supertoffe alternatieven waar ze gebruik van kan maken. Ik heb het hier over nieuwe zaken, niet over zaken die ze al had en kent. Het moet echt superinteressant zijn zodat het een sterke afleiding is van de babyspullen!

Medicatie = lekker
Stap 1: Maak van een pilletje geven een superleuke trainingsessie. Je gaat er dus voor zorgen dat je je kat het gevoel heeft dat ze iets lekkers krijgt en dat alles vrijwillig, voorspelbaar en vrolijk verloopt. Probeer zelf zo relax mogelijk te zijn, ook al voel je je bezorgd omdat je katje ziek is. Kan je niet relax zijn? Ga dan iets ontspannends doen en probeer het binnen een uurtje nogmaals.

Stap 2: Selecteer een moment om je kat medicatie te geven wanneer die happy en relax is en doe dit op een plaats waar de kat zich goed voelt. Doe dit niet op haar vaste rust, schuil- of slaapplaatsen, want deze moeten helemaal veilig blijven! Kies een hoogte die op haar looproute ligt en wissel ook elke keer af met een andere plaats. Anders kan je kat hier mettertijd een negatief gevoel bij krijgen.
Stap 3: Probeer zoveel mogelijk de kat al foppend medicatie te geven, zonder dat dit haar stress geeft. Dit wil zeggen dat ze het zelf niet door heeft. In eerste instantie kan je pilletjes pletten en mengen het onder het natvoer, kattenmelk, rauwvoer enz. Zoek eten uit dat zo fel mogelijk ruikt, aangezien de kat voornamelijk op de geur van eten afgaat om te bepalen of ze iets wel of niet opeet. Wat ook goed werkt, is smeerkaas of boter. Dat plakt goed en vinden katten erg lekker om af te likken. Zoek wat jouw kat lekker vindt.
Stap 4: Je kan pilletjes ook kleiner maken en in een zacht snoepje duwen. In de supermarkt vind je lange zachte snoepstokjes. Deze kan je zelf in de gewenste grootte afsnijden, er een gleufje in snijden waar je het pilletje kan inleggen en het snoepje opnieuw dichtduwen. De truuk met snoepjes is dat je dit moet ‘sandwichen’. Sandwichen betekent dat je de ‘pilsnoepjes’ afwisselt met gewone snoepjes, de snoepjes liefst zo klein mogelijk houdt zodat ze snel binnengaan, en in een snel tempo als volgt geeft: snoepje – snoepje – snoepje – pilsnoepje – snoepje – snoepje – pilsnoepje – snoepje – snoepje – snoepje.

Stap 5: Als je op één of andere manier toch genoodzaakt bent om een niet-katvriendelijke manier te gebruiken, zoals je kat vasthouden (probeer het nekvel zo veel mogelijk te mijden want dit is zeer stresserend voor je kat) of het achter de tong duwen, beloon haar dan erna met een superlekker bordje natvoer of een leuke speelpartij met de hengel. Eindig altijd met een positief gevoel. Ook dit kan je sandwichen: minibordje natvoer – pilletje – groot bordje natvoer of minuutje spelen – pilletje – minuutje spelen.
Stap 6: Als je je kat een spuitje moet toedienen, dan is de meest ideale situatie dat je dit je kat aanleert en liefst zelfs van kleinsaf aan. Je vult een soortgelijk spuitje met iets superlekkers en je leert haar hieruit drinken door de melk eruit te duwen zodat ze het kan oplikken. Je probeer zoveel mogelijk verschillende vloeibare zaken toe te dienen, zoals kattenmelk, Viyo, water, kippenbouillon, vijverwater enz., alles wat ze maar lekker kan vinden. Beëindig elke sessie met een lekker bordje natvoer. Aanbieden is voldoende, of ze het wil opeten is haar eigen keuze. Zodra ze dit oplikken goed doorheeft en goed doet, kan je er systematisch eens een druppeltje van iets minder lekker in mengen en aanbieden volgens de sandwichmethode. Wanneer ze dit kan, kan je medicatie in je dagelijkse training steken.

Stap 7: Kun je niet trainen omdat de kat ziek is en ze plots onmiddellijk spuitjes toegediend moet krijgen, dan is ‘ontwaarden’ héél belangrijk. Dat wil zeggen dat dat spuitje slechts één op de 5 keer per dag iets minder lekkers (= medicijn) bevat i.p.v. elke keer. Je overrompelt en verwent je kat dus een hele dag met superlekkere spuitjes met bovenvernoemde vloeistoffen. Af en toe zit er dan eens eentje tussen waarin medicijn gemengd is. Ook kun je binnen één sessie verschillende keren vloeistof in het spuitje optrekken, bv. elke ml, en deze vervolgens sandwichen zoals bij de snoepjes: bouillon – bouillon – medicijnbouillon – bouillon – bouillon – medicijnbouillon – bouillon – natvoer. Uiteraard op voorwaarde dat je kat het spuitje gemakkelijk oplikt. Zo niet kan je met een andere toedieningsmanier werken, zoals lepeltjes, bordjes of zelfs babyflesjes.
Stap 8: Als het je niet lukt om een pilletje of pipetje te geven, bespreek dan met de dierenarts of er alternatieven zijn, zoals spuitjes of vloeibare vormen die je gemakkelijker kan mengen of toedienen (ev. door de dierenarts). In het allerergste geval bespreek je ook met de dierenarts of dit medicament écht nodig is.

Bij levensbedreigende ziektes of infecties is dat uiteraard
geen discussie, maar als je kat elke maand een preventief
pipetje krijgt en ze daar een week supergestresseerd door
rondloopt, dan ben ik er voorstander van om ermee te stoppen.
Uiteraard overleg je dit met je dierenarts.

Deurbel = plezant
Stap 1: Zorg er in eerste instantie voor dat de deurbel zelf geen stressfactor is. Ik ben al bij eigenaars op bezoek geweest waarbij ik zelf van mijn stoel donderde toen er iemand aanbelde. Uiteraard is dit ook voor de kat zeer stresserend. Vervang de bel indien nodig en koppel dit onmiddellijk aan een bordje natvoer.
Stap 2: De deurbel kondigt iets aan wat de kat mogelijk niet leuk vindt: bezoek. Ik vind niet dat je angstig gedrag tegenover de deurbel altijd moet willen veranderen. Als de kat effectief niet tuk is op nieuwe mensen, dan is die deurbel net een handig signaal om haar voorzorgen te nemen nog voor het bezoek binnen is. Het stelt de kat in staat om zichzelf in veiligheid te brengen. Zorg er dus voor dat alle deuren open staan en dat de kat wegkan.
Stap 3: Als je wil dat de kat geen schrik heeft van de deurbel, moet je 2 trainingen doen: een training met de deurbel en een training met het bezoek (zie volgende stukje). Beide trainingen zijn cruciaal en maken elkaar sterker. Je wil dat de kat een leuk gevoel krijgt bij het horen van de bel en je wil ook dat de kat zich goed voelt bij bezoek, of toch minstens niet supergestresseerd is.

Stap 4: Idealiter gebruik je een bel die je langs binnen kan bedienen, maar dat is niet altijd mogelijk. Je bent dus best met 2 personen om deze training te doen, maar alleen is ook mogelijk. Deze training is eigenlijk identiek aan de recall-training in STAP 37 maar in plaats van te fluiten, gebruik je de bel. Je geeft je kat na de training telkens iets lekkers als de bel afgaat, eender om welke reden. Als het er eens niet van komt, is dat geen ramp, maar probeer het wel!
Stap 5: Heeft je kat al schrik van de deurbel en wil je dit veranderen? Dan zijn er 2 opties. Ofwel verander je de deurbel en ga je terug naar stapje 4 hierboven in combinatie met het volgende hoofstukje over Bezoek = fun, of je creëert een nieuw goed gevoel bij de bestaande deurbel. Kies je voor het laatste, lees dan eerst even STAP 49 en STAP 50 van de Kattenmatrix® (in deel 5 over ‘Ongewenst gedrag’) en kom dan terug naar deze oefening en ga naar de volgende stap.

Stap 6: Als de kat schrik heeft van de bestaande deurbel en je wil dit veranderen, dan moet je eerst een fase van desensitisatie creëren en daarna een nieuwe associatie maken met de bestaande deurbel. Dit betekent dat je eerst en vooral een periode van ‘belletje trek’ gaat introduceren. De bel luidt en er komt geen bezoek binnen. De kat kan hier leren dat er geen onveilig gevolg meer is. De associatie die de kat had, gaat in ‘extinctie’, de associatie dooft uit en de kat leert iets nieuws, namelijk de deurbel = niets. Op elk mogelijk moment laat je deurbel afgaan: wanneer je naar het werk vertrekt, je vraagt de buurvrouw om te bellen wanneer ze je deur passeert enz. De regel hier is: je doet de deur niet open, er is geen bezoek. Hang dus een blad aan je voordeur om dit uit te leggen aan de koerier of onverwachts bezoek, dat ze je moeten bellen op je mobiele telefoon. Zodra je ziet dat de kat niet meer naar boven schiet, maar gewoon haar gangetje blijft gaan, weet je dat het gewerkt heeft. Nu kan je overgaan naar de volgende stap.

Stap 7: Je gaat door met belletje trek, maar nu voorspelt de deurbel iets superlekkers of leuks, onmiddellijk nadat de bel is geluid. Je haalt je natvoer, kattenmelk, snoepjes, kippenwit, speelhengels, valeriaan enz. boven. Het kan zeker geen kwaad om nog een paar keer te bellen tijdens de blootstelling aan de beloning. Ga met deze oefening verder alsof het een recall-training is.
Stap 8: Nu wil je bezoek introduceren; dit doe je los van de deurbel. De deurbel en het bezoek mogen pas opnieuw ‘samenvallen’, wanneer de kat zowel aan de deurbel als aan het bezoek een aangename associatie koppelt. Ga hierbij naar het volgende hoofdstukje “Bezoek = fun”.

Bezoek = fun
Stap 1: Oefen dit met vrienden en familie die op bezoek komen en dit uitsluitend in functie van deze oefening doen. Train dus niet tijdens het volgende verjaardagsfeestje, want dan zal het niet lukken. Je begint met één persoon en je kan dan geleidelijk aan opbouwen, maar begin bij het begin.
Stap 2: Je bezoek komt binnen zonder deurbel, zodat je kat nog niet opgewonden geraakt zonder reden. We willen in eerste instantie dat deze persoon een neutrale factor is in je woning. Zij (of hij) moet de kat dus compleet negeren en mag geen abrupte bewegingen of geluiden maken. Zodra het bezoek binnen is, geef je je kat een bordje natvoer waarbij jij het bordje naar je kat brengt, waar die zich ook bevindt. Bij de eerste training vertrekt je bezoek net voor de kat gedaan heeft met eten, op een superrustige en kalme manier zonder enige vorm van drama en nog steeds compleet de kat negerend.

Stap 3: In de volgende trainingen bouw je de minuten na het eten verder op. Het belangrijkste moment zijn de minuten nadat de kat gedaan heeft met eten. Ze is helemaal voldaan en happy en zal hier het meest aanstalten maken om even te komen kijken. Als je kat dit doet, zorg je ervoor dat je bezoek snoepjes of een leuke hengel bij de hand heeft zodat de kat met leuke zaken wordt overspoeld. Merk je dat ze toch gestresseerd is (lees hierbij subtiele stress-signalen af), dan laat je je bezoek direct weer vertrekken. Je kat moet het gehele proces onder haar drempel van opwinding blijven.

Stap 4: Ga hier nu met de kat spelen. Laat de trainingen langer duren, zorg voor meer contact met het bezoek, targettraining, scatterfeeding enz. Zorg ervoor dat de kat leert dat bezoek altijd iets superleuks betekent!
Stap 5: Wanneer je ziet dat de kat rustig blijft bij contact met het bezoek en je hebt de deurbel ook al geassocieerd met iets leuks, dan kan je beide tegelijk en op dezelfde manier introduceren.

Stap 6: Volg constant het tempo van je kat. Als ze eens geen zin heeft waarop ze weg wandelt, dat is ook perfect. Zo leert ze evenveel, namelijk dat ze kan wegwandelen van de situatie, en dat is ook veilig. Dan kan jij de koffie halen en kletsen met je bezoek!
Transport = heerlijk
Stap 1: Selecteer een goede transportmand die je in je woonkamer kan zetten en die de kat minstens wekelijks als slaapmandje wil gebruiken. Dit betekent mogelijk dat je nu al je transport-manden naar het containerpark moet doen. Ik zie dat eigenaars meestal niet voldoende aandacht, training en budget aan de selectie van hun transportmand(en) besteden. Eigenlijk moet je een slaapmand voorzien waar je je kat ook in kan vervoeren en niet omgekeerd.

Stap 2: Mijn favoriete mand als gedragstherapeut zijn ronde manden met een ingang boven en opzij, en een zachte binnenkant. Je kan deze er dan uithalen met een rits zodat je ze kan wassen. Waarom rond? Observeer je kat eens. Haar lichaam is altijd ‘rond’. Of ze nu zit, ligt of slaapt, dit is haar natuurlijke vorm. Je vindt deze manden meestal wel online of kijk op onze website voor een lijst met links naar goedgekeurde producten. Die grote rechthoekige, koude, veel te grote, vol met ijzer rammelende transportmanden zijn écht niet wat we onze kat willen aanbieden. Een comfortabel en zacht mandje is veel beter.

Stap 3: Je moet je kat op 3 zaken trainen: in de transportmand zitten met gesloten deur, een bewegende transportmand (onderschat niet hoe ongelooflijk stresserend dit is voor een kat), het vervoer met de wagen en dan zet je de training eventueel verder op je bestemming, zoals de dierenarts, de trimmer enz. Je blijft hiermee trainen zolang je je kat moet vervoeren.
Stap 4: Je traint de kat op de transportmand (lees: slaapmand) door haar zoveel mogelijk – liefst dagelijks maar ik ben al gelukkig met wekelijks – te leren dat die transportmand niet alleen gezellig en veilig is, maar ook lekkere dingen oplevert als ze er in gaat zitten wanneer jij het wil. Dit kan je eventueel combineren met targettraining. Elke contactmoment met de mand (ruiken, een poot of heel het lijf erin) levert haar een lekker snoepje op. Ze vindt ook snoepjes in de mand.

Train hier ook op de kat opsluiten in de mand en bouw dat op in tijd. Jij blijft bij de mand zitten en beloont haar rijkelijk wanneer het deurtje weer opengaat. Tussen de trainingen door is het niet toegelaten om je kat te vervoeren in deze mand, anders zijn deze trainingen voor niets geweest. Is het toch noodzakelijk, vervoer haar dan in haar oude mand.
Stap 5: Nu train je haar op een bewegende transportmand. Lok de kat in de transportmand met je targetstick of iets lekkers, sluit het deurtje, hef de mand op, zet ze weer neer, open het deurtje en beloon haar. Bouw dit nu verder op door de tijd in de mand en de afstand te vergroten: een andere kamer, naar boven, naar de kelder, door de tuin, naar de auto en terug naar de woonkamer en beloon haar dan eveneens voor haar harde werk met natvoer of een leuke speelsessie.
Stap 6: Vervolgens doe je hetzelfde met het autovervoer. Ik vind het zeer dankbaar om je kat aan te leren wat een auto is, hoe die beweegt en wat voor geluid die maakt. Geef je kat de kans om het te leren ontdekken. Je kan haar eens meenemen in de stilstaande auto op je oprit en haar in de auto loslaten. Zo kan ze alles ruiken en besnuffelen. Leg gerust ook valeriaanspeeltjes in de auto en wat snoepjes op de grond en de achterbank. Wanneer dit goed gaat, kan je de wagen eens starten en weer afzetten. Zo leert ze wat het geluid is van een auto en hoe dat klinkt. Bouw dit verder op. Op een gegeven moment rij je eens een paar meter achteruit en vooruit, heel zachtjes. De volgende keer doe je dit met je kat in de transportmand, de keer daarna laat je haar weer los enz. Zodra je echt de baan op gaat tijdens je training, hou je haar uiteraard in de mand, maar bouw ook dit op: eerst een paar meter, dan het blokje rond, dan eens 5 minuten, enz. Bouw nooit op door alleen maar langer en intensiever te rijden, wissel constant weer af door stapjes terug te nemen. Zo vermijd je dat je kat over haar drempel van opwinding gaat. Vraag gerust aan je dierenarts of je even de wachtzaal mag instappen tijdens je training. Die zal dat geweldig vinden!

Stap 7: Als je de kat ergens moet laten wachten (bv. bij de dierenarts of trimmer), zet haar dan ALTIJD in de hoogte. Er zijn geen excuses om je kat op de grond te zetten, ook al heb je 5 manden bij. Laat haar indien het niet anders kan, zo lang mogelijk in de auto, daar is ze rustig en veilig. Bij de dierenarts kunnen er al eens zenuwachtige honden zitten. Haal je kat pas uit de auto wanneer het jouw beurt is.
Stap 8: Neem ook altijd een handdoek of dekentje met haar geur mee. Dat leg je voor de mand wanneer je deze openmaakt. Je trekt dus niet eerst het dekentje onder haar kont onderuit om haar daar dan te laten wandelen. Je moet dus 2 dekentjes bijhebben: eentje in de mand en eentje om erover en ervoor te leggen.

Stap 9: In de transportmand wordt NIETS onaangenaams gedaan, dus geen dierenartsonderzoeken, trimbeurten enz. Het beste wat je je kat kan geven is een andere bak met lage randen die je voor de transportmand zet, zoals een lage open kartonnen doos of een lage open kattenbak met een handdoekje in. Je kat leert dan dat je transportmand helemaal veilig en voorspelbaar is. Die bak met lage randen vindt ze ook geweldig. Ze kruipt erin en de randen geven bescherming en een veilig gevoel. Er zijn vele dierenartsen die dankzij deze tip veel rustigere katten in hun praktijk hebben, wat het gemakkelijker maakt om hen te behandelen. Neem gerust je eigen bak of slaapmandje mee met randen waar de kat in kan overstappen.
Stap 10: Forceer haar liefst niet uit de mand, ze moet dit best op haar eigen tempo doen wanneer zij er klaar voor is. Geef haar dus een paar minuten.

Hond = keitof
Stap 1: Een kat vindt een hond van nature niet leuk. Die loopt achter haar aan, ruikt raar, maakt veel lawaai, maakt bruuske bewegingen, allemaal zaken die in de natuur voor haar bedreigend zijn. We moeten dus heel wat maatregelen nemen zodat samenleven mogelijk wordt, zonder dat de kat al te gestresseerd is.
Selecteer daarom in eerste instantie zeker een hond met het juiste karakter. Niet alle honden zijn geboren kattenvrienden en als je een hond in huis haalt die het geweldig vindt om achter katten te jagen, kan ik je niet helpen. Dat is zijn instinct en dat kan je niet altijd veranderen. Selecteer een ras, puppy of hond met een rustig karakter.
Stap 2: Selecteer daarnaast een gezonde en goed-gesocialiseerde hond en adopteer vooral nooit bij een fokker die meer dan 2 hondenrassen kweekt en waarbij de honden niet in huis opgroeien. Als de fokker katten heeft, dan is dat geweldig want dan weten de puppies al min of meer wat een kat is.
Dit is geen must, maar wel mooi meegenomen.

Stap 3: Bereid je kat voor op de geuren van de hond, door op voorhand al doekjes of plukjes haar met de geur mee naar huis te brengen en te presenteren, samen met een lekker bord natvoer. Hondengeur is vaak invasiever dan babygeur omdat het van nature direct als bedreigend kan ervaren worden. Leg het doekje dus niet pal naast het eetbordje, maar minstens een meter ervandaan. Verspreid deze geuren, samen met snoepjes of valeriaan in huis op de routes van de kat, niet op haar veilige plaatsen.
Stap 4: Zorg ervoor dat er ruimtes in huis zijn waar de kat haar veilige plaatsen heeft en de hond nooit komt of kan komen (bv. de bovenverdieping) en dat ze daar alles heeft, zowel haar noodzakelijke bronnen alsook een toegang naar buiten. Zorg er tevens voor dat de hond ook een bench of ruimte heeft waar de katten niet toegelaten zijn. Dit is zijn veilige plek waar hij volledig tot rust kan komen.

Stap 5: Je kat heeft nood aan haar eigen veilig leefgebied. Met een hond in huis zijn hoogtes daar een ideale oplossing voor. Geef haar bronnen (eten, drinken, zelf kattenbakken) in de hoogte zodat ze hier veilig gebruik van kan maken.
Stap 6: We willen te allen tijde vermijden dat de hond achter de kat gaat. Als dit gebeurt, kan ik jou niet helpen. Jij moet je kat beschermen tegen dit gevaar. Babyhekjes zijn vanaf nu jouw favoriete aankoop!
Stap 7: Beloon de kat met een snoepje telkens als ze met haar blik in de richting van de hond kijkt, zich zelf in de richting van de hond beweegt, of rustig in de buurt zit of ligt.
Stap 8: Maak gebruik van de instructies in de Handleiding op p. 70 over de introductie tussen 2 katten. Het deel voor je kat blijft exact hetzelfde.

Stap 9: Ga zo snel mogelijk trainen met je hond. Het is essentieel dat de hond luistert naar jouw commando’s en goed begrijpt dat hij de kat met rust moet laten. Dit is de enige manier om de 2 aan elkaar voor te stellen. Weet je nog hoe belangrijk het is dat een kat onder haar drempel van opwinding blijft, want ze anders niet kan leren? Als ze zich bedreigd voelt, kan je niets veranderen aan de emoties die ze beleeft. Ze is dan aan het overleven. Spreek hiervoor een gedragstherapeut of trainer aan die werkt met “positieve bekrachtiging”, wat verwijst naar training door middel van beloning. Train actief met de hond om rustig te zijn in de buurt van de kat.

Kattenluik = fantastisch
Stap 1: Vermijd onder alle omstandigheden dat er andere katten door het kattenluik bij jou binnenkomen. Zorg er dus voor dat jouw kat de enige kat is die het kattenluik kan gebruiken. Er bestaan kattenluiken die de chip van je kat aflezen en dan pas toegang verlenen. Zorg ervoor dat het luik groot genoeg is, maar niet te groot waardoor het luikje zelf te zwaar is voor je kat.
Stap 2: Bereid je voor op het feit dat er katten zijn die het luik niet snappen en niet willen gebruiken, hoe lang je ook probeert.
Stap 3: Duw je kat er nooit doorheen. Een introductie met een kattenluik gebeurt altijd volledig vrijwillig en op basis van beloning en motivatie! Geef je katten een paar weken de tijd om het te leren gebruiken. Sommige katten hebben hier echt hun tijd nodig.
Stap 4: Een kat vindt een kattenluik van nature niet leuk. Ze hebben een gevoelige vacht en door zo’n klein gat kruipen waarbij het luikje over je vacht schraapt, is allesbehalve gezellig. De kat verwacht echter wel een grote beloning als ze erdoor gaat: de toegang naar buiten. Dat geeft normaal gezien wel voldoende motivatie om het te gebruiken, maar een introductie blijft handig. Voor sommige katten is dit nog niet genoeg en je moet ze echt leren dat een kattenluikje iets leuks is, en dat ze ervoor beloond wordt met spel, snoepjes, natvoer of knuffels, afhankelijk van de voorkeur van je kat.
Stap 5: Wacht eerst even af om te zien of ze zelf leert hoe ze het luik moet gebruiken. Je kan wat kattenkruid of valeriaan (afhankelijk van waar ze van houdt) aan de andere kant wrijven/leggen zodat ze met haar neus op zoek gaat naar de geur. Zo krijgt ze het luikje vaak zelf al open. Als het niet lukt, moet je haar een handje helpen door het luik mee open te duwen of open te houden tot ze er half door zit.
Stap 6: Als dit niet is gelukt, train je verder. Maak het de kat nu zeer gemakkelijk door het luikje zelf helemaal open te zetten en het deurtje helemaal naar boven vast te plakken. De kat kan er dus vrij door. Je kan aan de andere kant een lekker bordje natvoer zetten, haar roepen als ze haar naam kent, een recall toepassen waarbij ze door de deur moet of haar met een lange hengel door het luik lokken. Hier leert ze dus in eerste instantie gebruik maken van het luik en de voordelen die daarbij horen. Dat motiveert haar in de volgende stap om het luikje tegen haar vacht meer oké te vinden, omdat ze weet wat ze ervoor terug krijgt.
Stap 7: Zodra je kat het luikje zo gebruikt, kan je het deurtje elke of elke andere dag een cm lager vastplakken. Zorg er uiteraard wel voor dat de kat er nog steeds gemakkelijk gebruik van kan maken. Mogelijk moet je het deurtje elke dag in de andere richting vastplakken, als dat kan. Zodra je voorbij de helft bent, werkt dit niet meer en ga je over naar de volgende stap.
Stap 8: Hier train je samen met je kat. Je houdt het deurtje (een beetje) open (of je hangt een touwtje aan het luikje en gaat een beetje verder staan), je roept haar of lokt haar met lekker eten of de speelhengel, en zodra ze haar eerste stap erdoor zet en haar kopje erdoor zit, laat je het deurtje los zodat ze het op haar vacht voelt. Zo leert ze het gevoel van het deurtje en koppel jij er een lekkere beloning aan.
Stap 9: Zorg ervoor dat de omgeving rond het luik zo veilig mogelijk is, zoals beschreven in Stap 30 van de Kattenmatrix®.
Stap 10: Ik ben ook fan om (in de mate van het mogelijke) minimum 2 kattenluiken op verschillende plaatsen in je woning te voorzien, of toch minstens 2 doorgangen naar buiten. Dit neemt de waarde weg van dat ene luik en geeft de kat meer de mogelijkheid om veilige keuzes te maken indien ze rond één van de ingangen gevaar voelt. Zo’n luik is de overgang van haar leefgebied naar haar jachtgebied (en omgekeerd). Daarom zijn veiligheid en keuzes hier heel belangrijk.