DEEL 5:
Omgaan met ongewenst gedrag

GEZOND OF ZIEK
Medische problemen zijn de eerste grote oorzaak van vele gedragsproblemen. Ga naar de dierenarts voor een volledige medische check-up (fysiek én labo onderzoek).

We beginnen bij één van de belangrijkste boodschappen van de hele Kattenmatrix®.
Als jouw kat (plots) ongewoon of ongewenst gedrag vertoont, moet je eerst met haar naar de dierenarts want ze kan pijn hebben of ziek zijn.
Zo simpel is het. Medische problemen, pijn en irritatie
kunnen voor een hele reeks gedragsproblemen zorgen, zoals de eigenaar aanvallen, sproeien, plassen en eliminatie buiten de bak, schrik en angst. Ik heb jarenlang ontelbaar veel telefoonoproepen beantwoord van eigenaars die me bellen voor een gedragsprobleem bij een kat die niet eerst helemaal onderzocht is door de dierenarts, soms zelfs op doorverwijzing van diezelfde dierenarts…

Dit kan niet. Ten eerste omdat ik zo ben opgeleid: als gedragstherapeut kan je pas beginnen werken met een kat die én gezien is door een dierenarts én waar bloed- en urinestalen van onderzocht zijn én die eventueel extra scans en testen onderging om absoluut zeker te zijn. En ten tweede omdat het nu eenmaal een feit is: een gedragsprobleem kan in eerste instantie een medisch probleem zijn. Is het zeker en vast uitgesloten? Zeker van? Absoluut, zonder twijfel, 500% zeker?
Als je eigen dierenarts geen extra check-ups kan of wil doen, zoek dan verder naar een andere professional die jou wel verder kan en wil helpen. Je kan ook altijd terecht bij de gespecialiseerde afdelingen van de Faculteit Diergeneeskunde.
Het is niet de bedoeling om in dit boek een hele lijst van mogelijke medische problemen en hun symptomen te schetsen. Daarvoor raadpleeg je je dierenarts. Maar jij kan als eigenaar wel het verschil maken door tijdig in actie te schieten. Ken je kat en twijfel niet om bij de dierenarts aan te dringen om extra tests te doen.
Een dierenarts kan, met alle respect want ik werk dagelijks samen met geweldige dierenartsen, nooit 100% zeker zijn of een kat bijvoorbeeld geen blaasontsteking heeft of kristallen in haar blaas heeft, tenzij de urine werd nagekeken.

In meerdere situaties waarbij de symptomen naar mijn ervaring en expertise echt niet 100% gedragsmatig leken te zijn, heb ik aangedrongen om aan de dierenarts een veilige en passende pijnstiller te vragen om na te gaan of dit een effect op het gedrag heeft. En vaak is het effect onmiddellijk. Katten stoppen plots met plassen, sproeien of extreem vachtlikken. Uiteraard is dit geen oplossing, maar wel een signaal om samen met de dierenarts verder te zoeken.
Een kat is meester in het niet laten zien van pijn. Je merkt het vaak gewoon niet aan je kat, tenzij door kleine wijzigingen in haar gedrag. Het is voor haar evolutionair in haar nadeel als ze als solitaire jager laat zien dat ze verzwakt is, want dan is ze een gemakkelijk slachtoffer. Zo zijn er heel wat senioren (katten ouder dan 7 tot 10 jaar) die last hebben van ouderdomskwaaltjes en dus bij elke beweging pijn hebben en daardoor beperkt zijn in hun mobiliteit. Alleen al van een een teek op haar bil kan de kat mogelijk agressief gedrag vertonen. Op deze moment word je best niet boos, maar moet je jezelf vragen stellen!

TIP – Let op afwijkend gedrag. Jij kent je kat het beste, jij kan zien wanneer ze gedrag vertoont dat afwijkt van haar dagelijks gedrag en dagelijkse routine.
Een paar zaken waar je op kan letten, die plots veranderen:
Minder eetlust
Minder zin om te spelen of contact te maken
Buiten de bak plassen (dicht of ver van de bak)
Buiten de bak elimineren (dicht of ver van de bak)
Zich meer verbergen, schuilen, zichzelf weghalen uit sociale situaties
Braken
Diarree (langer dan 1 dag)
Langer in de kattenbak blijven dan gewoonlijk
Sproeien (meer dan tweemaal per week)
Blazen naar de andere kat(ten) of naar de eigenaar
Snorharen naar achter gedrukt
Oren meer naar achteren gedraaid
Glazige blik
Vertrokken gezichtje

ANEKDOTE – Het is zo belangrijk voor mij om dit met jullie te delen. Ik heb vele voorbeelden van eigenaars die ik begeleid heb, die hun kat (bijna) verloren zijn omdat niet tijdig een medisch probleem werd opgespoord. Eén situatie in het bijzonder is me bijgebleven.
Op een vrijdagavond rond 23u krijg ik een oproep en door het ongewone tijdstip neem ik op. Ik krijg een dame aan de lijn die al huilend uitvalt dat ze het niet meer aankan. Dat haar kat al 7 maanden buiten de bak plast en dat het nu moet stoppen of ze vliegt buiten. Ik ken zo’n reactie. Dit is een eigenaar die niet meer weet wat doen. Een eigenaar die in zijn of haar gedachten alles geprobeerd heeft en absoluut radeloos is. Hoe zou je zelf zijn… Dus ik vraag door en probeer te achterhalen of de kat al medisch onderzocht is. “Ja.”, luidt het antwoord. “Ik ben 2 weken geleden nog bij de dierenarts geweest en al 3 keer in totaal sinds het probleem begonnen is.” Ik vraag of er bloed en/of urine onderzocht werd en daar kreeg ik een “Nee.” op.
Deze dame ging de volgende ochtend naar de dierenarts van wacht met mijn advies om de kat verder en grondig te onderzoeken. Dit katje bleek een gevorderde vorm van nierkanker te hebben. Een operatie mocht niet meer baten en het katje werd later die week rustig ingeslapen. Ik hoef je niet te vertellen hoe de eigenaar gereageerd heeft, hartverscheurend.
Jij kent je kat het beste, dus blijf doorvragen en onderzoeken tot je er zeker van bent dat je kat niet ziek is.
Wat als de kat een medisch probleem in het verleden had?

Dit is nog een andere belangrijke kwestie. Het is mogelijk dat de kat nog altijd gevoelig is door een ziekte of pijn uit het verleden, zoals bij blaasproblemen. Daarnaast is het ook mogelijk dat de kat een onaangename associatie heeft gemaakt tussen de pijn en een stimulus uit de omgeving, zoals contact met een bepaalde persoon, een bepaalde kattenbak in een bepaalde kamer, een bepaalde geur enz. Denk in dat geval niet zomaar dat het wel over zal gaan. Weet je nog wat we in het vorige hoofdstuk zeiden over onaangename situaties? Dan werkt gewenning niet, dan moeten we overgaan tot desensitisatie en counterconditionering, waarover later in dit hoofdstuk meer!


SUPERMARKTFASE
Introduceer onmiddellijk
(N+1) x 2 aantal
bronnen in huis
zodat de kat
gedurende 4-6 weken met nieuwe gewoontes en voorkeuren een nieuw territorium kan vormen.

Dit is een standaardfase in ELK gedragsplan. We hadden het in het begin van de Kattenmatrix® over overvloed en schaarste, en die stappen gaan eigenlijk over hoe het altijd al had moeten zijn en hoe het minimaal moet zijn bij het observeren van ongewenst gedrag. Deze stap gaat over het oplossen van ongewenst gedrag. Deze supermarktfase is een cruciale stap in elk gedragsplan. Het gaat erover onze kat in staat te stellen om over een periode van 6 weken een nieuw territorium uit te stippelen met nieuwe voorkeursplaatsen en nieuwe locaties. Een soort van ‘verhuizing’ binnen dezelfde ruimte.
We weten maar pas wat onze kat verkiest wanneer we vele opties tegelijk beschikbaar stellen en de kat de kans geven om er consequent gebruik van te maken, iets wat gemakkelijk 3 tot 4 weken duurt. Er moet zoveel afgevinkt worden: veiligheid, routes, doorgangen en ook de gewoonte om nieuwe items te gebruiken moet aangekweekt worden.
Daarom deze supermarktfase: we stellen in huis 4 tot 6 weken lang een overvloed aan bronnen open (en bijten dus even op onze tanden) en laten onze kat kiezen hoe zij haar territorium wil indelen. We halen er onze oorspronkelijke tabel bij, die visualiseert onmiddellijk wat ik bedoel:

KADER

Ik hoor en zie je al huiveren, maar dit is je oplossing. Je kat in staat stellen om haar territorium zelf in te richten is de sleutel tot algemene stressreductie in huis. Het is zo gemakkelijk en eigenlijk heel simpel. Het vraagt alleen even geduld en een klik in jouw hoofd en dat van je huisgenoten.
Je hoeft niet al te veel spullen bij te kopen, integendeel. Trek je kast open, haal er soepkommen, vazen, dekentjes en plastic curverbakken uit. Je laat je kat gewoon doen en maakt het haar gemakkelijk. Zo leg je een dekentje dichtbij de plaats die ze kiest om te rusten, je plaatst eten waar ze gaat slapen, je plaatst een kattenbak in de buurt waar ze onzindelijk is, je plaatst gewoon alles overal.
Je zal merken dat de katten met het ongewenste gedrag hun nieuwe voorkeuren laten zien, het kan ook gebeuren dat die voorkeuren helemaal dezelfde blijven. Het is namelijk zo dat ook veranderingen in de voorkeuren van de andere katten de sleutel kunnen zijn. Als de andere kat nu plots andere voorkeuren heeft en op deze manier wegblijft van de favoriete locaties en bronnen van de probleemkat, dan zal deze laatste ook relaxen en onder haar drempel van opwinding blijven.
Na de zesde week neem je langzaam (één per week) weg wat niet wordt of werd gebruikt en alleen als je helemaal zeker bent! Herhaal dit proces minstens één keer per jaar. Je hoeft het niet met alle bronnen te doen, per bron kan ook.


PREVENTIE
Vermijd het opbouwen van stressmomenten en hou de kat onder haar ‘drempel van opwinding’ door stress-situaties te vermijden, te blokkeren, barricaderen, weghalen, onmogelijk en onzichtbaar te maken.

We hebben 3 plannen van aanpak waarop we kunnen terugvallen bij het observeren van ongewenst gedrag: preventie van stress in de mate van het mogelijke, management waarbij we noodzakelijke stresssituaties zo minimaal mogelijk houden en optimaliseren, en modificatie van stress in permanente situaties waarbij we de beleving van de kat van de stressfactor willen veranderen. Een gedragsplan is vaak een mooie mengelmoes van de 3 aanvalsstrategieën! We spelen ermee, we experimenteren, we zoeken een mooie combo. In een situatie van ongewenst gedrag onderzoeken we eerst of we onze kat ervan kunnen scheiden zodat ze dit niet hoeft mee te maken of de stressfactoren permanent kunnen verwijderen. Vaak is dit al een voorbereiding op bv. STAP 45-50 van de Kattenmatrix®.

Concreet Stappenplan – Preventie van stress
Stap 1: We verwijderen alles in huis waar de kat schrik van heeft en dat we kunnen wegdoen. (Je kinderen hoef je niet naar het asiel te brengen, die kan je vanaf nu ook trainen !)
Stap 2: We verwijderen alles waar de kat schrik van heeft en waarbij we de toegang kunnen blokkeren zodat de kat het niet meer merkt, bv. het afplakken van de ramen met folie zodat ze de buitenkatten niet meer ziet voorbijkomen.
Stap 3: We verspreiden bronnen zodat de katten niet meer in elkaars buurt moeten komen, als ze dat niet willen.
Stap 4: We sluiten onze kat in een volledig uitgeruste kamer op als er bv. een renovatie of verhuis plaatsvindt, zodat ze dit niet hoeft mee te maken.
Stap 5: We beschermen onze kat tegen de poetsvrouw (want die is mogelijk heel scary door al die rare geluiden en geuren) door de kat buiten te laten of op de zolderkamer te zetten, zodat ze deze wervelwind van rare geuren, geluiden en verandering in huis niet hoeft mee te maken, totdat alle rust weer is teruggekeerd.


VEILIGHEIDSBELEID
Jij bent de veiligheidspolitie in huis. Jij beheert en analyseert noodzakelijke stressmomenten en zorgt ervoor dat deze ofwel vermeden worden of, als het niet anders kan, minimaal en zo kort mogelijk gehouden worden.

Dit gaat over situaties die helaas moeten plaatsvinden, die stresserend zijn en die we willen omvormen naar iets dat minder stresserend is voor de kat. Zo inspecteren we alles in huis én observeren we het gedrag van de kat.
We lassen een veiligheids-
beleid in: we zijn kritisch over alles waar onze kat in contact mee komt en we vragen ons of wat een betere, rustigere, minder stresserende optie is. Het gaat dan om alles wat ons helpt om al die kleine piekjes bovenop de berg van stress van de kat en boven haar drempel van opwinding te vermijden of toch in elk geval te verlagen.

Concreet Stappenplan – Veiligheidsbeleid
Stap 1: We vervangen onze luide bel door een ludieke, zachte en vrolijke bel, zodat de bel op zich geen schrik meer aanjaagt.
Stap 2: We vragen ons bezoek om de kat volledig te negeren.
Stap 3: We vragen de dierenarts of we die vreselijk stinkende pipetjes kunnen vervangen door een smakelijk pilletje om in het eten te mengen.
Stap 4: We vervangen de luidruchtige en onhandige stofzuiger met een kleine, geluidloze turbostofzuiger, gespecialiseerd in kattenhaar, zodat de stofzuigmomentjes minder lang duren.
Stap 5: We delen kambeurten op in kleine kammomentjes in plaats van langdurige kambeurten
Stap 6: We knippen nagels per 2 teentjes en niet alle tegelijk.
Stap 7: We aaien onze kat 2 tot 3 maal en geen 20 maal aan één stuk door.
Stap 8: We vervangen die koude, veel te grote vieze transportbak met een zachte, ronde, comfortable slaaptransportmand, waar je kat elke dag graag in gaat slapen.
Stap 9: Vul zelf aan voor jouw kat.

Gedrags-
modificatie
We kunnen het gedrag van de kat veranderen door een combinatie toe te passen van bekrachtiging van gewenst gedrag, ontmoediging van ongewenst gedrag, desensitisatie en contraconditionering.

Nu willen we het gedrag ook effectief veranderen. Kan dat? Natuurlijk!
Kattengedrag kunnen we beïnvloeden en veranderen door de uitkomst van het gedrag te veranderen voor de kat.
Er komt eerst een stevige brok theorie waar we door moeten, maar geloof me, het is de moeite waard.
Gedragsmodificatie betekent het veranderen van gedrag, ongeacht of het nu normaal, abnormaal, gewenst of ongewenst gedrag is.
Gebruik deze kennis verstandig, pas het uitsluitend toe op gedrag dat daadwerkelijk veranderd moet worden omdat het welzijn van de kat eronder lijdt, niet omdat het dan beter in jouw plaatje past. Je moet respect hebben voor het natuurlijke gedrag van je kat en voor dat prachtige exemplaar in huis, het resultaat van duizenden jaren evolutie.
Verschillende processen
Er zijn verschillende processen om gedrag te veranderen. Het is belangrijk om te observeren wat er aan de hand is en wat precies veranderd moet worden.
Situatie 1: Aanleren van een nieuw gedrag door het creëren van een aangename associatie
Je vertrekt van een situatie waarbij je een gezonde en gelukkige kat hebt en je haar iets nieuws wil aanleren. Je leert haar dat deze nieuwigheid oké en veilig is, en door dit proces leert ze er een aangenaam gevoel bij te hebben. Dit kan passief of actief gebeuren. Een passieve aangename associatie betekent dat je kat iets nieuws als oké leert beschouwen en daar gewoon rustig onder blijft zonder iets te ondernemen.

Een actieve aangename associatie betekent dat ze pro-actief een actie leert te ondernemen om daarvoor dan beloond te worden.
Ze heeft dan niet alleen een aangename associatie met het nieuwe item, maar ook met de training als activiteit op zich. Dit kan ook op commando gebeuren. Daarvoor ga je terug naar STAP 38 over Clickertraining.
Voorbeelden van een passief aangename associatie: oké zijn met een halsbandje, een nieuwe kat, een baby, transportmand enz. Voorbeelden van actief nieuw gedrag: binnenkomen, op een hoogte klimmen, in een doos kruipen, pootje geven, target aanraken.
Hoe je dit verkrijgt, lees je in STAP 46 van de Kattenmatrix®, het bekrachtigen van gewenst gedrag. In principe komt dat neer op: “Als jij doet wat ik wil, dan krijg je er iets heel leuks/lekkers voor. Doe jij niet wat ik wil, dan krijg je dat leuks/lekkers helemaal niet.”

Situatie 2: ‘Afleren’ van een ongewenst gedrag
Je vertrekt vanuit een situatie waarbij de kat een gedrag vertoont dat je liever niet ziet en je wil veranderen. Het gedrag in kwestie is normaal kattengedrag en vormt niet echt een probleem voor het welzijn van de kat, op een gezonde dosis frustratie na die dit gedrag activeert. Voorbeelden zijn krabben aan de sofa, ’s nachts miauwen, in de gordijnen hangen enz.
Je kan ongewenst gedrag uitsluitend naar een gewenste situatie kanaliseren door de combinatie van het bekrachtigen van gewenst gedrag (STAP 46) en het ontmoedigen van ongewenst gedrag (STAP 47).
Je kat leert simpelweg: “Als jij doet wat ik wil, dan krijg je er iets heel leuks/lekkers voor en tegelijk vermijd je ook iets onaangenaams. Doe jij niet wat ik wil, dan krijg je ten eerste niets lekkers/leuks en ten tweede ervaar je ook iets minder aangenaams of zelfs onaangenaams.” Let op: onaangenaam betekent niet schrikwekkend, onveilig of traumatiserend! Onaangenaam betekent dat de kat onder haar drempel van opwinding blijft en beslist dat iets niet leuk is, zoals een onaangename geur, structuur of geluid.

Situatie 3: Overschakelen van een onaangename associatie
naar een neutrale of aangename associatie
Je vertrekt vanuit een situatie waarin de kat duidelijk schrik van iets heeft en je wil dat de stressfactor een andere beleving veroorzaakt, namelijk leuk of toch minstens neutraal. Het gedrag op zich is dus niet altijd een probleem voor de eigenaar, wel voor de kat. Preventie en management werden al toegepast maar zijn niet voldoende. De situatie is permanent zodat het veranderen van de beleving van de kat noodzakelijk is voor een goede harmonie in de toekomst.
Voorbeelden zijn: schrik van de deurbel, bezoek, kinderen. Een onaangename associatie met een andere kat, een bepaalde persoon, kammen, oppakken, aaien enz.
Je kan deze onaangename associatie alleen veranderen als je eerst de onaangename associatie laat uitdoven (STAP 49) en dus een nieuwe aangename associatie creëert (STAP 50).
Je kat leert bewust of onbewust: “Waar ik vroeger schrik voor had en alle voorspellende signalen die daarop wezen zijn nu niet meer zo onveilig of schrikaanjagend. Integendeel, ze betekenen nu zowel veiligheid als dat ik iets leuks krijg.”

Situatie 4: Gedragsprobleem
Je vertrekt vanuit een situatie waarbij de kat een gedrag vertoont dat je permanent wil veranderen, want het is onwenselijk voor de eigenaar, de kat heeft stress én haar welzijn lijdt eronder. Je combineert hier de hele Kattenmatrix®, alle vormen van preventie, management, alsook alle gedragsmodificatietechnieken die hieronder worden aangereikt.
Voorbeelden zijn overdadig sproeien, onzindelijkheid, agressie naar de eigenaar, extreme angst, schrik en frustratie, compulsief gedrag.

Het aanpakken van een gedragsprobleem doe je door een combinatie uit te voeren van STAP 46, bekrachtiging van gewenst gedrag in combinatie met STAP 47, ontmoediging van ongewenst gedrag. Dit doe tegelijk met het uitwerken van STAP 49, desensitisatie van onaangename associaties in combinatie met STAP 50, het creëren van een nieuwe positieve associatie.
Je kat leert dan bewust of onbewust: “Als ik iets doe dat de eigenaar van mij wil, dan krijg ik er iets heel leuks/lekkers voor en tegelijk vermijd ik ook iets onaangenaams. Doe ik niet wat de eigenaar wil, dan krijg ik niets lekkers/leuks en ervaar ik ook iets minder aangenaams of zelfs iets onaangenaams. Daarnaast leer ik ook dat waar ik vroeger schrik voor had en alle voorspellende signalen die daarop wezen nu niet meer zo onveilig of schrikaanjagend zijn. Integendeel, ze betekenen nu zowel veiligheid alsook dat ik iets leuks krijg.”


GEWENST
GEDRAG
bekrachtigen
Lok gewenst gedrag uit bij de kat,maak het mogelijk, bied het aan, maak het consequent aantrekkelijk en zorg ervoor dat het gewenste gedrag beloond wordt met een fijne uitkomst.

Het woord ‘bekrachtigen’ gebruiken we om een proces aan te duiden waarbij een bepaald gedrag toeneemt. Ongeacht je intentie, als een gedrag toeneemt, heb jij het bekrachtigd.
Hoe neemt gedrag toe? Wanneer de kat leert dat een bepaalde situatie haar iets opbrengt.
In de wetenschap heet dit de ‘Thorndike’s Law of Effect’ en die meneer Thorndike bedoelde daar op het einde van de 19e eeuw het volgende mee: wanneer een bepaald gedrag je iets aangenaams opbrengt, dan zal dat gedrag toenemen. Brengt een bepaald gedrag je iets onaangenaams of niet het wenselijke, dan zal dat gedrag afnemen.
In deze stap willen we er dus voor zorgen dat een gewenst gedrag bekrachtigd wordt en dus meer gaat plaatsvinden. Deze stap gaat verder dan louter het creëren van een aangename associatie.
Waarom wil je bepaalde gedragingen bekrachtigen?
Gedrag laten toenemen kan om verschillende redenen. Uiteraard zijn we vooral gebrand op het veranderen van ongewenst gedrag, maar tegenover elk ongewenst gedrag staat een gewenst gedrag.

Reden 1: Dit gedrag is natuurlijk en wenselijk voor haar en zorgt voor een beter welzijn, zoals stressontlading, vachtverzorging, schuilen, krabben, slapen enz.
Reden 2: Dit gedrag maakt haar gezonder, zoals meer drinken.
Reden 3: Anticomplementair gedrag: als de kat dit gedrag vertoont, kan ze onmogelijk op hetzelfde moment een ander (ongewenst) gedrag vertonen.
Reden 4: Als ze een voorkeur krijgt voor deze optie, dan vindt ze andere (ongewenste) plaatsen mogelijk minder leuk en verandert ze daadwerkelijk haar keuze. Dit is nog iets anders dan anticomplementair gedrag, wat enkel op het moment zelf plaatsvindt, en de kat dus nog niet voor een effectieve keuze stelt.
Reden 5: Omdat een aangename associatie met dit ‘gewenste’ gedrag ervoor zorgt dat de kat in de toekomst minder stress ervaart en dus ook minder snel boven haar drempel van opwinding raakt, wat over de hele lijn tot een fijn resultaat leidt.
Reden 6: Dit gedrag is wenselijker voor de eigenaar, en dat kan de enige reden zijn.

Hoe kan je gedrag bekrachtigen?
Bekrachtigen is het alomvattende woord dat verwijst naar een gedrag dat toeneemt, en daarvoor zijn er verschillende mogelijkheden. Je kan ze afwisselend, tegelijk of opeenvolgend gebruiken, wat je ook maar nodig acht om de kat dit gedrag uit te lokken. Experimenteer volop.
Bij het aanpakken van ongewenst gedrag, is dit een noodzakelijke eerste stap die vaak al volstaat om de kat weg te lokken van een ongewenste locatie waar ze dit gedrag (bv. krabben of met de handen spelen) vertoont, eenvoudigweg omdat hier (beter) aan hun basisnood voldaan wordt. De meest eigenaars hebben echter nog nooit aan deze stap gedacht! Ze zijn alleen bezig met het ongewenste gedrag te (proberen te) negeren of te bestraffen. Terwijl het gedrag kanaliseren naar een gewenste locatie of item in de meeste gevallen al meer dan voldoende is.

Ik zet de 4 opties van bekrachtiging op een rijtje, deze gaan we in het volgende hoofdstuk per gedragsprobleem helemaal uitwerken:
Optie 1: Toelaten
Hier begint alles mee. Als we gedragingen die weldadig zijn voor de kat toelaten en haar gewoon laten doen, dan is dat al een mooie stap in de goede richting van ontstressen voor zowel kat als eigenaar.
Eigenaars proberen volgens mij vaak te veel te verbieden, te bestraffen en weg te nemen. Laat de kat gewoon doen, ze weet perfect wat ze nodig heeft en zal alles in huis daarvoor gebruiken.
Een voorbeeld hiervan is bv. slapen op de slaapkamer. Vind je de haren niet leuk? Leg dan een speciaal kattendeken op je bed dat je ’s avonds verwijdert. Zo kunnen je katten een hele dag in je kamer slapen, op je bed dat zo lekker naar jou ruikt – mmmm, heerlijk!

Haalt je kat de kerstballen uit de kerstboom? Dan hang je vanaf nu alleen nog maar niet-breekbare spullen in de boom. Opgelost! Wil je kat op het aanrecht, laat ze doen. Maak je aanrecht dan wat vaker schoon. Einde verhaal.
Optie 2: Aanbieden
Katten zijn van nature opportunisten. Bepaalde bronnen en zaken in huis beschikbaar maken en aanbieden, zorgt er op zich voor dat katten er gebruik van maken.
Vraag je jezelf af waarom je kat met Kerstmis zo veel interesse heeft in alle kerstversiering? Kijk eens goed rond, zie jij een betere optie hangen voor haar? Heb je iets in huis voorzien waar ze wel mag aankomen? Nee? Dacht ik wel. Tijdens de kerstperiode heb je dus wat huiswerk. Je voorziet voor je kat alternatieven die nóg leuker zijn dan de kerstversiering. Je kan dit ook aanzien als ‘afleiding’, het wegleiden van de kat naar een leuker en meer gewenst gedrag.
Wil je STAP 46 gebruiken in een situatie om ongewenst gedrag te veranderen, zoek dan plaatsen, situaties en locaties waar ze haar oorspronkelijke drang (om te krabben, sproeien, spelen, in de kerstversiering hangen) wel kan uiten, zonder dat jij er last van hebt.

Optie 3: Belonen
Je kan gewenste gedragingen bekrachtigen door die met leuke dingen te belonen, zoals eten, snoepjes, natvoer, een knuffel, een valeriaankussentje of een speelmomentje met de hengel. Je bekrachtigt dus door een beloning persoonlijk aan je kat aan te bieden als reactie op het vertonen van dat gewenste gedrag (of kleine stukjes van het gedrag als je die aan het vormen bent) ter plaatse in een kleine hoeveelheid. Je kan ook de beloning achterlaten op de gewenste locatie zodat de kat ze vindt wanneer jij er niet bij bent. Zo leert de kat dat ze leuke dingen krijgt door zich naar die locatie te begeven.
Optie 4: Stimuleren
Stimuleren betekent het gedrag actief uitlokken door de kat naar de locatie te brengen, al dan niet met een beloning of lokmiddel. We gaan haar echter actief ernaartoe roepen, lokken, verleiden, of haar er zelf plaatsen als dat nodig is.


ONGEWENST
GEDRAG
ONTMOEDIGEN
Maak ongewenst gedrag consequent onmogelijk, barricadeer en blokkeer het. Neem de belonende factor weg, negeer het en indien nodig zorg je voor een lichte onwenselijke uitkomst, losstaand van jezelf als eigenaar.

Ontmoedigen is een tweede begrip dat we binnen onze proces van gedragsverandering gebruiken om aan te geven dat de kat dankzij onze actie een bepaald gedrag minder vertoont.
Ik moet hier echter een belangrijke nuance maken. Dus let even goed op.
In de wetenschap spreekt men over bekrachtigen (het toenemen van gedrag = reinforcement) en straffen (het afnemen van gedrag = punishment), de vervollediging van de eerder vermelde ‘Thorndike’s Law of Effect’.
Ik hou echter absoluut niet van het woord ‘straffen’ of ‘punishment’, vooral omdat het in mijn ervaring de lading niet dekt en omdat het een onaangename connotatie bij eigenaars en professionals heeft. Bovendien kan het ook verkeerd begrepen worden door lezers die bepaalde stukken in dit boek overslaan en plots het woordje ‘straffen’ zien staan.
Ik maak in dit boek dus gebruik van mijn literaire vrijheid om het originele woord ‘punishment’ en diens betekenis niet te gebruiken, maar wel op te delen in ‘ontmoediging’ en ‘invasief straffen’. Invasief straffen maakt deel uit van ontmoediging, maar omdat we dat deel niet willen gebruiken (maar wel goed moeten begrijpen), splits ik dit op. In deze STAP 47 bespreek ik wat ontmoedigen betekent. In STAP 48 legt ik het verschil met straffen uit.

Wat betekent ‘gedrag ontmoedigen’?
Ontmoedigen is het woord dat we gebruiken om een proces aan te duiden waarbij een bepaald gedrag afneemt. Het is echter onze bedoeling dat het gedrag afneemt zonder dat de kat gevoelens van schrik of angst heeft, zonder dat de kat plots schrikt en boven haar drempel van opwinding raakt.
Ontmoedigen is een situatie op zo’n manier inrichten dat de kat, onder haar drempel van opwinding, zich volledig bewust van de situatie, alle mogelijkheden helder kan observeren en dan zelf de beslissing kan nemen welk gedrag haar het meeste opbrengt. Niet uit angst of schrik, maar omdat ze er zelf voor kiest.
Hoe neemt gedrag af? Wanneer de kat leert dat een bepaalde situatie niet het gewenste resultaat oplevert, of niet meer datgene wat in het verleden voor de kat belonend was.
In deze stap zorgen we er dus voor dat een ongewenst gedrag ontmoedigd wordt en bijgevolg minder voorkomt. Deze stap gaat verder dan enkel het creëren van een onaangename associatie.

Hoe kan je gedrag ontmoedigen?
Ontmoedigen is een alomvattend woord, net zoals bekrachtigen. Ik heb verschillende opties op een rijtje gezet en ook hier kan je ze afwisselen, tegelijk toepassen of op elkaar laten volgen. Experimenteer tot je de code van je kat gekraakt hebt.
Wanneer je het proces van ontmoedigen en het proces van bekrachtigen samen toepast, dan zijn de meeste ongewenste gedragingen in een mum van tijd opgelost omdat je je kat begeleidt van ongewenst gedrag naar gewenst gedrag.
Je oefent hier een dubbele kracht uit, een veelbewezen techniek uit de psychologie, die niet enkel bij dieren supergoed werkt, maar zoals eerder vermeld evengoed bij kinderen, je collega’s en zelfs je schoonouders!

Let op – Niet alle opties zijn voor jouw kat de beste optie. Gebruik hierbij je gezond verstand en zoek de zachtste en fijnste oplossing voor je kat, ga niet harder als het niet hoeft! Je moet de stappen één voor één bekijken.

Dit zijn 4 opties om ongewenste gedragingen bij de kat te ontmoedigen:

Optie 1: Onmogelijk maken
Allereerst probeer je het ongewenste gedrag onmogelijk te maken en ervoor te zorgen dat het niet meer kan gebeuren. Ik geef een paar voorbeelden om het te illustreren.
Zuigt je kat maar op één specifiek dekentje (dit gedrag heet pica, het onwenselijk zuigen en gaatjes bijten in stoffen en kleren), doe dat dekentje dan weg. Valt je kat de buurtkatten lastig, zorg er dan voor dat je tuin omheind is en er geen fysiek contact meer mogelijk is. Vecht je kat met je andere kat? Ook dan zet je ze onmiddellijk apart en ga je over tot een herintroductie. Valt je kat je handen aan tijdens het spelen, stop dan met spelen met je handen en houd er telkens een lange hengel tussen jou en de kat. Haalt je kat de kerstballen uit de kerstboom? Hang dan in de 2 onderste lagen takken geen kerstballen.
Door een gedrag onmogelijk te maken, begint je kat een nieuwe gewoonte aan te kweken, eenvoudigweg omdat jij ervoor zorgt dat ze het niet meer KAN vertonen.

Optie 2: Barricaderen
Als je kat kiest om op een bepaalde plaats ongewenst gedrag te vertonen, kan je ervoor zorgen dat je kat hier niet meer bij kan. Ze kan niet krabben op een bepaalde plaats omdat jij er een stoel hebt voorgezet. De kat kan niet meer op het aanrecht omdat jij die vol met (gesloten) kartonnen dozen hebt geplaatst. Ze kan niet meer op je bed plassen omdat je slaapkamerdeur dicht hebt gedaan. De ene kat kan tijdens het wachten op natvoer niet meer met de andere vechten en hierdoor zeer opgewonden zijn omdat jij dit anticipeert en haar tijdens het wachten even in een andere kamer plaatst.
Deze optie is niet ideaal en geen permanente oplossing, maar in sommige situaties en in combinatie met STAP 46 is het nodig om zowel de eigenaar even te laten kalmeren als de kat even ‘on hold’ te zetten.

Het is broodnodig dat je deze tweede optie uitsluitend in combinatie met STAP 46 toepast, want zoniet zal je kat andere uitwegen en mogelijkheden zoeken om haar gedrag en stress kwijt te kunnen. Daarom geef ik het even mee als optie. Het is echter geen permanente oplossing, wel een tussenoplossing.

Optie 3: Belonende factor weghalen< Dit is een belangrijke optie! We nemen de belonende factor weg (aandacht, veiligheid, verborgenheid, leuke geuren, reliëf om te krabben enz.) en we combineren dit met STAP 46 waarbij we een (zelfde) beloning geven op een andere (gewenste) plaats. Eigenaars zijn meestal vrij goed in het weghalen van deze belonende factor, maar ze vergeten het wél ergens anders te geven op een gewenst locatie of tijdstip. Gevolg? De kat blijft proberen om resultaat te behalen door het ongewenste gedrag uit te voeren. Dat is voor de kat immers de enige bekende manier om de beloning te krijgen. Ook straffen of corrigeren kan een vorm van beloning (= aandacht) zijn.

Bij eender welk ongewenst gedrag van de kat stel je jezelf de vraag: wat is haar motivatie? Wat haalt ze hieruit: eten, aandacht, spel, veiligheid, een uitkijk, warmte, koude, drinken enz. Je neemt dat weg, NADAT je het op verschillende andere gewenste locaties wél beschikbaar gemaakt hebt.

ANEKDOTE – Zo was er eens een koppel wiens kat hen elke nacht urenlang wakker hield. De man zei met volle trots: “Ja, en ze weet dat het niet mag hé. Ze komt me wakker maken en dan pak ik mijn krant en ga ik achter haar aan en sla haar op haar achterste.” Ik kijk die man aan en begin te lachen, en ik vraag of hij denkt dat de kat dat leuk vindt. Toen viel zijn frank (of euro)! Dat was dus de reden waarom het gedrag in stand werd gehouden, net omdat de man erachter ging. Die kat vond dat geweldig, en de tik op haar bips nam ze er graag bij.

Optie 4: Onwenselijk maken
Deze stap is niet zo vaak nodig, maar is wel een laatste optie als de rest niet werkt. Dit is echter nooit je eerste keuze!
Uiteraard voer je deze optie opnieuw uit exclusief in combinatie met STAP 46.
‘Onwenselijk maken’ gaat over het toevoegen van iets licht onaangenaams waar de kat haar neus voor optrekt, maar wat haar zeker niet doet schrikken en waar ze zo goed als geen stress door ervaart, gewoon een onaangenaam gevoel dat haar keuze voor de gewenste locatie versterkt. Dit is bv. het plaatsen van dubbelzijdige plakband op plaatsen waar de kat krabt, aluminiumfolie op het aanrecht, bubbelfolie in een babyperkje enz.
Deze onaangename factor moet altijd consequent aanwezig zijn, anders haalt het niet veel uit en wordt het zelfs onvoorspelbaar en daarom stresserend. Het mag ook onder geen omstandigheden iets met jou te maken hebben. Jij bent de eigenaar en je bent een baken van veiligheid, plezier en een voorspeller van leuke dingen, weet je nog?
Dit is pure ‘remote training’, training op afstand.
Pas in deze stap te allen tijde op met angstige katten, verlegen katten en katten die het surtout moeilijk hebben, je wil hen onder geen omstandigheden laten schrikken of meer stress geven dan ze al hebben. Uiterst opgepast dus!
Gevolg van de ontmoediging en zeker in combinatie met bekrachtiging? Je leert je kat een nieuwe permanente gewoonte aan, ook wanneer jij niet thuis bent.
Dit, beste lezer, is de essentie van gedragsverandering.

Als je nu even je gezond verstand en analytisch denkvermogen aanzet, kan je voor elk ongewenst gedrag een mooie combinatie vinden van bekrachtiging en ontmoediging. Om deze combinatie te illustreren, werk ik 2 concrete voorbeelden voor je uit:
Hoe kan ik mijn kat afleren om op het aanrecht te klimmen
Stap 1: Laat je kat gewoon op het aanrecht springen, het is zo belangrijk voor haar. Jouw focus ligt hierop, maar stel nu dat je het gewoon zo zou laten, wat is dan het ergste dat er kan gebeuren? Je kat springt erop, blijft 2 minuten even rondkijken en springt er dan weer af. Laat het gewoon zo!
Stap 2: Laat niets staan op het aanrecht dat je kat wil opeten.
Stap 3: Geef je kat geen aandacht op het aanrecht.
Stap 4: Barricadeer het aanrecht op momenten dat je niet wil dat de kat erop springt.
Stap 5: Maak andere hoogtes in huis vrij en voorzie hier snoepjes, valeriaan en speeltjes.
Stap 6: Voorzie een plekje op het aanrecht waar ze wel toegelaten is zoals een mandje of een dekentje en laat dit permanent liggen, ook ter herinnering dat die plek van de kat is.
Stap 7: Ga haar nooit invasief straffen, ze zal nooit 100% begrijpen waar het over gaat. Ze zal leren dat jij soms scary bent.
Maar ze zal moeilijk een associatie maken met het aanrecht omdat dit zo logisch en normaal gedrag is voor haar.

Hoe kan ik mijn kat afleren om overdadig te miauwen?
Stap 1: Sluit pijn en ziekte uit. Ga naar de dierenarts, overdadig miauwen kan duiden op pijn. Zelfs als je dierenarts in eerste instantie zegt dat het stress of dementie is, ga je terug en vraag je alle testen die voorhanden zijn of toch ten minste een preventie pijnstiller. Ik spreek uit ervaring. Ik had niet zo lang geleden nog een dame aan de lijn wiens kat oorverdovend miauwde en zodra ze een pijnstiller kreeg, was het gedaan. De kat bleek opnieuw kristallen in haar blaas te hebben. Vergeet niet dat katten meesters zijn in het verbergen, dus tegen dat een kat miauwt, moet de pijn echt niet meer te harden zijn.
Stap 2: Aanvaard het gewoon… Het kan zijn dat je kat vocaler is aangelegd dan andere katten en dat dit een manier is om haar te uiten. Vooral Oosterse rassen zijn hiervoor bekend.
Stap 3: Als je niet wil dat je kat ’s nachts miauwt, moet je ook overdag je communicatie veranderen. Vaak wordt er overdag wel tegen elkaar gepraat en gemiauwd en is het voor de kat niet meer dan logisch dat ze ’s nachts dus ook al miauwend aangeeft dat ze iets nodig heeft. Als je dus niet wil dat ze dit ’s nachts doet, moet je ook overdag via andere gedragingen aandacht gaan geven in plaats van het reageren op het miauwen.
Stap 4: Katten maken in het wild zo goed als nooit vocale geluiden tegen elkaar, tenzij tijdens conflicten, in de paartijd of door moeders met kittens. Katten leren echter heel snel dat wij wel reageren op vocale geluiden, omdat dit voor ons onze moedertaal is. Daarom gebruiken katten vocale geluiden om zaken van ons te verkrijgen zoals aandacht, eten en toegang naar buiten. Wil je dat je dat kat minder miauwt? Leer haar dan dat ze deze dingen op een andere manier moet vragen in plaats van te miauwen. Open bv. de deur als ze op een matje gaat zitten of geef haar aandacht zodra ze naar je kijkt, zodat ze leert dat ze niet hoeft te ‘zagen’.

Stap 5: Katten kunnen miauwen uit frustratie. Je kat probeert je waarschijnlijk iets te vertellen. Vaak proberen eigenaars dit te negeren om het ‘af te leren’, terwijl het veel beter is om instant te reageren en je kat te benaderen en te proberen begrijpen wat ze wil. Ze leert dan dat ze wel echt met jou kan communiceren. Je mag dit niet bekijken als: “Mijn kat is verwend of ik mag haar niet leren dat ze zomaar alles krijgt wat ze wil”. O ja jawel! Je kat probeert je iets te vertellen dus je laat alles vallen en je geeft haar wat ze wil. Dit is de enige manier om haar rust te geven en om haar te leren stoppen miauwen. Als je haar negeert, miauwt ze alleen maar langer en harder. Hoe zou je zelf zijn?!
Stap 6: Ga anti-complementair gedrag uitlokken en stimuleer je kat op zoveel mogelijk vlakken, zowel fysiek als mentaal. Laat haar buiten, ga met haar clickertrainen, voorzie heel wat afwisselende activiteiten in huis.


STRAF
CORRECT
GEBRUIKEN
Zorg er steeds voor dat het
toedienen van een onwenselijke uitkomst voor de kat altijd zo mild mogelijk is en nooit invasief! De kat moet zelf kunnen beslissen dat dit niet de juiste optie is voor haar. Dat kan ze enkel onder haar drempel van opwinding.

Ik heb je beloofd om in deze stap verder uit te wijden over het originele ‘punishment’, de term uit de psychologie om het proces te definiëren waarbij gedrag afneemt.
Ik moedig je aan om dit stukje tekst in één keer tot het einde te lezen, dit is heel belangrijk!
We splitsen ‘straffen’ of ‘punishment’ op in 2 categorieën: mild straffen (= ontmoediging, zie STAP 47) en invasief straffen.
Eenvoudig gezegd betekent mild straffen dat we de kat leren om een bepaald gedrag niet meer te vertonen zonder dat zij daarbij boven haar drempel van opwinding gaat. Invasief straffen betekent dat we de kat hetzelfde proberen leren maar dat ze haar drempel van opwinding wel overschrijdt. Beide vormen van straffen werken. Mild straffen werkt op basis van een autonoom leerproces aan de hand van de keuzes die de kat zelf kan maken, met een permanente gedragsverandering en een zelfzekere en gelukkige kat als gevolg.

Invasief straffen werkt op basis van intense emoties van schrik en angst in de hoop dat de kat zo geschrokken is dat die het ongewenste gedrag niet meer zal vertonen, met mogelijk, indien de straf niet correct werd uitgevoerd, een bange, verwarde en onzelfzekere kat als gevolg, met weinig vertrouwen in de omgeving en minder levenslust dan ervoor.
Laat me even heel duidelijk zijn voor ik verder ga en meer uitleg geef: wij straffen NOOIT invasief. Er zijn te veel andere mogelijkheden en inzichten die we kunnen gebruiken en we zien onze katten té graag.

Wat is het probleem met invasief straffen?
Er zijn een paar nuances die ik moet belichten wanneer ik zeg dat ‘invasief straffen’ werkt. Dat doet het absoluut, als de invasieve straf op de juiste manier, met de juiste timing en op de juiste plaats wordt toegediend.
Een echte invasieve straf dient slechts éénmaal, maximaal tweemaal, uitgevoerd te worden voor een levenslang effect waarbij de kat een zodanig negatieve associatie gemaakt heeft met wat ze van ons niet meer mag vertonen, maar wel alleen dat, niets anders.

Dat proces is zo fragiel en riskant dat zelfs wij als universitair geschoolde professionals er ons liever niet aan wagen, want als het verkeerd wordt toegepast, kan het een kat (of dier) voor eeuwig traumatiseren. Laat staan dat we het zouden proberen uit te leggen aan liefhebbers die de achterliggende studie niet gevolgd hebben …
Maar dat is niet wat eigenaars doen …
Er is echter wel een groot verschil met het ‘straffen’ dat de meeste eigenaars toepassen. Eigenaars passen correctie toe door intimidatie en onaangename emoties zoals schrik en angst, door te roepen naar de kat, met de handen te klappen, er met de plantenspuit op te spuiten, de kat in haar nekvel vast te pakken, haar neus in urine te duwen, haar op te sluiten, weg te duwen, samen met andere katten op te sluiten, op de snoet of de kont te tikken enz.
Dit is noch ontmoedigen, noch invasief straffen. Dat is dierenmishandeling.

Het is een lauw, oneerbiedig, niet-werkend afkooksel dat men zelf heeft uitgevonden en wat katten op geen enkele manier iets aanleert over wat ze niet meer mogen doen.
Het boezemt de kat in kwestie angst en schrik in, waardoor die minder actief gedrag vertoont in de toekomst, wat vaak lijkt op “ze heeft haar les geleerd”, maar eigenlijk neerkomt op een diep geschonden vertrouwen en een kat die verward achterblijft, zonder eigenlijk écht te beseffen wat er gebeurd is.
En bovendien gebeurt deze correctie niet één- of tweemaal, zoals bij een echte invasieve straf, maar doet de eigenaar het telkens opnieuw. Dat alleen al bewijst dat dit niet werkt. Stop er dus maar mee.

Wat vind ikzelf van invasief straffen?
Ik wil eigenaars ontmoedigen om het te gebruiken door het in eerste instantie ten volle te begrijpen. Het is pas door erover te praten dat eigenaars, studenten en collega’s er blijvend aan herinnerd worden dat we het niet willen toepassen.
We zijn beter dan dit. We weten zo veel, onze inzichten in diergedrag zijn grondig en de wetenschap staat niet stil. De revolutie van gelukkige katten staat voor de deur en het is nu meer dan ooit belangrijk om het begrip ‘invasief straffen’ te kennen en te weten hoe het wel of niet werkt zodat we kunnen beslissen om het niet te gebruiken.
Invasief straffen doen we niet, corrigeren laten we helemaal voor wat het is, maar we willen wel ontmoedigen, want dat hoort nu eenmaal bij gedragsmodificatie. Als het ene gedrag toeneemt, dan neemt het andere gedrag af.
Ik hou intussen van dat woord, ontmoedigen. Het geeft hoop.

Het betekent dat we gedrag op
een fijne manier willen veranderen om onze katten gelukkiger te maken, gedrag te veranderen met hun vrijwillige medewerking, hen uit het asiel te houden en het beste met hen voor te hebben. We doen dat met warmte en liefde in ons hart, omdat we het allerbeste willen voor onze kat en onze relatie met haar.


DESENSITISATIE
Las een periode in waarin de
stressfactor totaal niet meer aanwezig of observeerbaar is. De kat leert dat ze opnieuw veilig is en ook dat alle voorspellende signalen in huis de stressfactor niet meer
voorspellen en dus
terug ok zijn.

Deze stap is belangrijk in situaties waarbij er al een negatieve associatie aanwezig is. De kat heeft ergens schrik van, bv. de omgeving, een bepaalde persoon, een andere kat, kammen, de transportmand enz.
Als de kat nog geen negatieve associatie heeft, dan gaan we over naar STAP 46.
Wanneer je kat een negatieve associatie heeft, betekent dit dat er enerzijds voorspellende signalen in de omgeving aanwezig zijn die een bedreiging voorspellen, en anderzijds dat de bedreiging zelf aanwezig is.
Herinner je je nog de uitleg over klassieke en operante conditionering waarbij ik uitlegde dat het voorspellende signaal, na consequente herhaling, dezelfde emotionele en fysieke respons bij de kat naar boven kan halen, zelfs bij afwezigheid van de bedreiging?

De kat heeft hier dus een tweeledige uitdaging: het voorspellend signaal van de bedreiging en de bedreiging zelf.
De kat voelt angst bij het waarnemen van de voorspellende signalen en schrik bij het waarnemen van de bedreiging. We willen dus niet alleen een nieuwe fijne aangename associatie met de bedreiging aanmaken, maar ook met de voorspellende signalen.
Voordat we onze kat kunnen aanleren dat de andere kat, een bepaalde persoon of een transportmand leuk en veilig zijn, of toch tenminste niet levensbedreigend zijn (STAP 50), moeten we een paar stappen doorlopen.

Is de bedreiging verdwenen?
We kunnen pas overgaan tot een nieuwe aangename associatie als de bedreiging een tijd lang uit het zicht is verdwenen. Dat wil zeggen dat bv. bij extreme agressie tussen katten, zij 4 tot 8 weken volledig van elkaar moeten gescheiden worden, waarbij ze elkaar niet kunnen zien, horen of ruiken. De persoon in huis waar de kat schrik van heeft, moet de kat onder alle omstandigheden uit de weg gaan en negeren, de transportmand vliegt de deur uit en de kat gaat in de volgende 2 maanden nergens heen. Wordt er al lang niet meer gekamd en haalt je kat je handen open omdat die verwacht dat jij haar pijn zal doen? Blijf er dan volledig van af. Heeft je kat schrik van bezoek? Dan doe je een tijdje lang ‘belletje trek’, de bel voorspelt niets meer en wat met het bezoek dat wel nog binnenkomt? Alleen katlievende, zachte mensen die je kat compleet negeren en die hun aankomst verkondigen via een andere signaal dan de deurbel (sms, Whatsapp enz.)

De bedreiging is niet meer. Dit is de enige manier voor de kat om volledig tot rust te komen, onder haar drempel van opwinding te komen en iets nieuws te leren: de voorspellende signalen die eerder iets onheilspellends verkondigden, betekenen nu dat er niets onheilspellends meer wordt voorspeld, dat is STAP 50 van de Kattenmatrix®.

In het begin zal je kat nog naar het nok van het dak vluchten bij het horen van een voorspellend signaal, om dan goed te luisteren of er effectief een bedreiging volgt. Na een tijdje blijft ze op de overloop zitten, tot ze in de keuken van achter de deur komt kijken, tot ze gewoon languit op de grond blijft liggen, want ze heeft geleerd dat de bedreiging niet meer komt en het voorspellende signaal niets meer betekent. Pas op, het is niet zo dat ze de oude betekenis vergeet, maar ze heeft nu een nieuwe betekenis geleerd.

Zit je kat weer onder haar drempel van opwinding?
Je observeert de kat en je kijkt hoe ze reageert. Merk je dat ze helemaal relax is bij het horen van het gemiauw van de andere kat? Dat ze niet meer gaat lopen van de deurbel?
Dat ze helemaal relax is bij jouw handen die in de buurt komen en dat ze geen aanstalten meer maakt om te gaan lopen in de buurt van je partner, waar ze voorheen schrik van had? Dan verzilver je dit nog minstens 4 tot 8 weken, zo lang als jij het kan uithouden, alvorens over te gaan op STAP 50 van de Kattenmatrix®.


NIEUWE
ASSOCIATIE CREËREN
De kat heeft nu geleerd dat
de stressfactor er niet
meer is. Creëer nu
nieuwe leuke
associaties met datgene waar ze voorheen schrik had. Begin op een laag en niet-waarneembaar niveau en werk van daaruit verder.

Dit is geen gemakkelijke fase. Je kat heeft immers al een onaangename of misschien zelfs traumatische associatie gemaakt met wat je nu probeert te veranderen.
Misschien hebben je katten maandenlang tot bloedens toe gevochten, of heeft je partner per ongeluk zo hard op de staart van de kat gestaan dat ze voor eeuwig getekend is. We kunnen geen mirakels verrichten, maar we kunnen wel echt heel veel veranderen met de techniek van desensitisatie (die lang genoeg duurt) gevolgd door contraconditionering.
Zodra je met je kat op het einde van STAP 49 bent, heb je een voedingsbodem om heel langzaam een nieuwe aangename associatie te maken met datgene waarvoor je kat eerder schrik had. Hier is één superbelangrijke regel die je in acht moet nemen: je kat moet te allen tijde onder haar drempel van opwinding blijven. Altijd! Als ze erboven zou gaan, dan zit ze in een staat van overleven en dan leert ze niets en is alle moeite voor niets. Jij moet dus elke seconde haar lichaamstaal, houding en gedrag observeren.

Dat wil zeggen dat je, om een nieuwe associatie te maken, moet starten met de blootstelling aan de stressfactor zo laag, zo licht, zo ver, zo zacht en zo klein mogelijk, zodat ze eigenlijk zelfs geen besef heeft dat die er is.
Concreet stappenplan – Contraconditionering
Stap 1: Doorloop eerst een uitgebreide fase van desensitisatie tot de
kat geen enkele reactie meer geeft op de voorspellende
signalen van de stressfactor in huis
Stap 2: Doe 1 tot 2 trainingen per dag.
Stap 3: Zoek een aangename locatie in huis en nodig de kat uit tot een training wanneer ze rustig en happy is.
Stap 4: Leg datgene waar ze eerder schrik van had op zo’n verre afstand dat ze zelfs niet doorheeft dat het er is. Dit kan een persoon, een transportmand, een scheerapparaat, een kam, jouw hand enz. zijn.
Stap 5: Tijdens de training ga je stapje voor stapje en dichter naar het item, maar pas op, niet te snel! Ergens ligt er een fijne ‘lijn’ en die lijn is haar drempel van bewustzijn en daarna haar drempel van opwinding en daar wil je zeker niet over. Je wil er enkel wat rond spelen. En nu wil je die drempels eerst en vooral vinden.
Stap 6: Zodra je die denkbeeldige drempel hebt gevonden, begint de echte training. Je gaat dichter en verder en dichter en opnieuw verder (om te vermijden dat het opbouwt *melodietje van Jaws*), en je beloont je kat bij elke stap met lekkere snoepjes, brokjes of aaitjes, oogcontact of rustig moment in de buurt van het item dat je observeert. Speel hiermee en volg je buikgevoel. Zorg ervoor dat alle contact volledig vrijwillig is! Als de kat weg wil, mag dat zeker en vast. Zorg er daarom voor dat alle deuren openstaan tijdens een training.
Stap 7: Train elke dag, zoveel als je kan. Het hoeven zelfs niet per se afgebakende trainingsmomenten te zijn. Je kan een nieuwe transportmand of kam gewoon laten liggen en er snoepjes in of rond leggen, of elk mogelijk nauw contact van haar belonen. Blijf dit doen tot je kan overstappen op STAP 39 Clickertraining.